Bijenreddingsplan studenten breed gedragen
2-2-2012
Een aanvraag door imkers bij de Groene Kennispoort Twente om een reddingsplan op te stellen voor bijen in Sint Isidorushoeve en Haaksbergen, heeft met inzet van studenten van Hogeschool van Hall Larenstein geleid tot een project waarbij vele partijen zijn aangehaakt.
Bron: Flickr (Maja Dumat)
Dit meldt Tubantia. In de krant is te lezen dat onder meer Rijkswaterstaat, Waterschap Regge en Dinkel, Groei en Bloei Berkelland/Haaksbergen, Provincie Overijssel en Landschap Overijssel zich hebben aangesloten bij het project. Verder is de regeling Streekeigen Huis & Erf (SHE) -waarvoor zich inmiddels zo’n 50 gegadigden hebben gemeld- van toepassing. Ook agrarisch opleidingscentrum AOC Oost neemt deel.
Draagvlak en landschapselementen
Studenten van Van Hall Larenstein en AOC Oost zullen zich ervoor gaan inzetten om onder meer draagvlak te creëren voor het reddingsplan dat eruit bestaat om de omgeving van de opdrachtgevers bijvriendelijker te maken. Het rapport ‘Versterking van de dracht en biodiversiteit ten behoeve van de (wilde) bij’ dat de Van Hall-studenten schreven in opdracht van imkerverenigingen in Twente zet uiteen hoe zo’n omgeving eruit moet zien.
Boomgaard, bomenrij, houtwal en microreliëf (kleine hoogteverschillen over een korte afstand) zijn landschapselementen waarbij de bij gebaat is. Ook akkers -die door schaalvergroting veel voor bijen belangrijke elementen hebben verloren (zoals houtwallen), die in vroeger tijden nog bloeiende heides waren en waarop veelal een ‘monotoon landbouwgewas’ wordt aangeplant- zijn in het plan betrokken.
Biodiversiteit en bloemendracht
Concrete voorstellen waarmee onder meer wordt gekomen om het ‘productielandschap’ biodiverser te maken en daarmee de dracht van bloemen liefst jaarrond te maken zijn ‘bloeiende akkerranden, een extensief maaibeheer en het terugbrengen van de karakteristieke beplanting op het boerenerf’.
Waar het de betrokkenheid van Rijkswaterstaat betreft, is te lezen in Tubantia: ‘Ook de toekomstige N18 wordt meegenomen in het project. Aanbevelingen van de studenten waren voor Rijkswaterstaat aanleiding om haar beplantingsschema’s rond de nieuwe weg bijvriendelijker te maken.’
Belang van de bij
'Naast het versterken van de landschapskarakteristieken’, zo is te lezen in het rapport, ‘is het belangrijk om de bewoners, recreanten en andere betrokken partijen bewust te maken van het belang van biodiversiteit binnen het landschap.’
Het belang is het vergroten van de bijenpopulatie. Over het belang van de bij meldt het rapport het volgende: ‘Doordat bijen van plant tot plant vliegen en daarmee stuifmeel van verschillende planten en bloemen overbrengen, hebben zij een belangrijke rol bij de bestuiving van gewassen. Veel vrucht, bol-, knol- en landbouwgewassen worden daarom onder andere door bijen bestoven. Zonder bijen worden er dus minder gewassen bestoven’.
Pronkstukken
Door genoemde landschapselementen in te zetten als typisch Twentse ‘pronkstukken’ moet er meer bewustwording komen. Beleving, onder meer door recreatie en educatie, staat centraal bij het aanbrengen en inrichten van een pronkstuk.
De boomgaard, zo meldt Tubantia, is inmiddels een gerealiseerd onderdeel van het plan. Naast bijvriendelijke elementen als een bloemrijk grasland en elementen ter versterking van de biodiversiteit als een ecologische poel, is de boomgaard uitgerust met ondermeer een wandelpad en een informatiebord.
De studenten die het rapport geschreven hebben zijn Michiel van Boekel, Jelmar Brouwer, Sam Buitenhuis, Mark ter Hofte, Wendy Lenders, Gido van Lier, Paul Plambeck en Gilbert de Ronde. Zij volgen de minor Stedelijke beplanting en zijn met het project gestart in het eerste semester van het vierde jaar.
Trefwoorden:
agrobiodiversiteit, akkerbouw, natuurbeheer, onderwijs, recreatie, tuin en landschap, bij, imker, studenten, hogeschool van hall larenstein, aoc oost, biodiversiteit, landbouw, groene kennispoort twente