CGN stelt meloenen veilig
2-9-2011
Sinds 2005 is het Centrum van Genetische Bronnen Nederland (CGN) bezig met het opzetten van een collectie van meloenen. Na een intensieve vermeerdering is nu het zaad van 60 verschillende variëteiten veilig gesteld voor de toekomst en beschikbaar voor onderzoek en veredeling.
Bron: Willem van Dooijeweert
Naast de 60 variëteiten die nu al beschikbaar zijn worden nog ongeveer 20 variëteiten vermeerderd. Nederland heeft geen optimaal klimaat om deze meloenen te telen voor zaad. Daarom wordt in samenwerking met een aantal veredelingsbedrijven vermeerderd in het buitenland.
In het verleden is op het voormalig Instituut voor Veredeling van Tuinbouwgewassen een werkcollectie met meloen opgezet. Deze collectie werd gebruikt bij de veredeling van meloenen voor de Nederlandse markt. Doordat de commerciële teelt verdween naar landen met een beter klimaat werd deze activiteit stopgezet. De zaden van de werkcollectie zijn lange tijd bewaard maar waren niet beschikbaar en zouden uiteindelijk hun kiemkracht verliezen. Een tweede bron werd gevonden in materiaal dat door een groep van internationale instituten is verzameld in de jaren 80 van de vorige eeuw. Het materiaal was opgeslagen als veiligheidsduplicaat bij het CGN maar is nooit beschikbaar geweest.
In 2005 heeft het CGN deze collecties overgenomen en gescreend. Alle Nederlandse rassen èn het materiaal dat niet bewaard wordt in andere genenbanken, is geselecteerd voor opname in de CGN collectie. Oude Nederlandse rassen in de collectie zijn onder andere de “Westlandse enkele net” en de “Groene Ananas”. De bekende typen Honeydew en Cantaloupe zitten in de collectie maar ook slangenmeloen en een type uit India dat gebruikt wordt om in te maken. De meloencollectie van het CGN is een zeer waardevolle aanvulling op de meloen collecties van onder andere het IPK in Duitsland en de USDA in de Verenigde Staten.
Trefwoorden: