Nieuws

Monitoring Biobased Economy in Nederland 2015

Gepubliceerd op
16 maart 2016

Jaarlijks worden de ontwikkelingen rondom Biobased Economy gemeten door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De voornaamste cijfers die beschikbaar zijn vanuit de inzet van rijks- en regio-instrumenten in de jaren 2013 en 2014 en een consultatie van regionale stakeholders tonen een stijging van het aantal projecten en een opkomst van chemie.

Algemene conclusie: groei zet door

De in eerdere monitorrapporten geconstateerde “take off” van de Biobased Economy houdt aan en biedt een steeds betere basis voor verdere groei. De betrokken bedrijven geven aan dat de lage (fossiele) olieprijs de groei van biobased toepassingen remt. Ondanks deze barrière is het aantal projecten gestegen van ruim 800 eind 2014 naar 1210 eind 2015. Ruim de helft hiervan (638) betreft bio-energieprojecten (vergisting, vergassing en verbranding).
Uit de monitor valt te concluderen dat de energietoepassingen naar volwassenheid groeien en een plaats op de markt zoeken. Het betreft hier zowel directe biomassastromen als benutting van biomassastromen uit restmateriaal. Veel bedrijven richten zich op het benutten van de maximale waarde van biomassa (cascadering). Een voorbeeld hiervan is de verwaarding van suikerbieten tot voedingsmiddel, veevoer, vezels, chemische grondstoffen, hulpstoffen en additieven, bodemverbeteraar en groen gas. Biobased bedrijven ontwikkelen zich hiermee vaak in meer dan één sector.

Verbreding van de markt zet door, bioplastic komt op

Naast de energiemarkt komen ook andere markten in beeld. Een indicator hiervoor is de benutting van de EIA/MIA regelingen. Hier tekent zich een opvallende stijging van aanvragen rondom de fabricage van bioplastics af. Het investeringsbedrag voor bioplastics steeg van ca. €8,5 mln. euro in 2013 naar €17 mln. in 2014 Het herstel van de bouwsector vertaalt zich na een daling afgelopen jaren in een nog voorzichtig toenemende vraag naar bio-composieten en plaatmateriaal. De Biobased Economy levert direct en indirect een toegevoegde waarde van ca. €4,5 mld. euro en ca. 45.000 arbeidsplaatsen (FTE) op.

Biomassastromen groeien gestaag

De biomassastromen voor non-food toepassingen kennen een aanhoudende groei van 12,8 mln. ton in 2010 naar 14,2 mln. ton in 2014. De import van houtpellets is verminderd door het aflopen van de MEP contracten voor bij- en meestook. Het percentage biomassa voor brandstoftoepassingen (plantaardige oliën en zetmeel) groeit onder invloed van het stijgende jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en de gestegen export van biobrandstoffen. Het aandeel duurzaam gecertificeerde biomassa voor zowel energetische als niet energetische toepassingen stijgt. Naar verwachting zullen deze ontwikkelingen doorzetten.
Op 27 januari 2016 is de strategische visie ‘Biomassa 2030’ aan de Kamer gestuurd. Hierin wordt een duurzame inzet van biomassa beschreven door vergroting van het aanbod aan duurzame biomassa en optimale benutting van de waarde. De in de monitor BBE 2015 geschetste ontwikkeling is hiermee in lijn.

Regio en Europa versterken zich

Binnen de regio groeit BBE. De trend van robuuster wordende regionale biobased netwerken zet zich voort. De clusters bouwen een eigen profiel uit en werken samen. De verwachting is dat de clusters zich zullen blijven versterken en zullen bijdragen aan verdere groei. Ook in Europa wordt vanuit het Horizon 2020 programma en het JTI Biobased Industries gewerkt aan ontwikkeling van het thema Biobased. Nederland neemt hier een prominente rol in met onder andere het Cosun project ‘Pulp2Value’ –over benutting reststromen. De regio Noord Nederland (North4Bio) is tot Europees voorbeeld benoemd vanwege de door de Europese Commissie hoog gewaardeerde integrale aanpak van BBE kansen.

Strategisch gunstige kennispositie en onderzoek

Gemeten aan het aantal octrooien scoort Nederland voor biobased toepassingen internationaal gezien gemiddeld. Positief is dat vooral bij octrooien binnen de belangrijke thema’s biovergassing, inclusief pyrolyse en het thema biomaterialen (bioplastics, polymeren, composieten) Nederland een goede positie heeft. Het door Rijksregelingen (WBSO, RDA, TKI) ondersteunde biobased onderzoek heeft in 2014 een omvang van maximaal €287 mln. waarvan het Rijk €77,5 mln. bijdraagt. Het toekomstige BBE onderzoeksklimaat in Nederland wordt mede bepaald door invulling van het TKI Biobased 2015 – 2027. Voor deze agenda is €272 mln. euro gecommitteerd door bedrijven. Dit is zeker een goede basis voor behoud en uitbouw van de kennispositie van Nederland. Gerichte bevordering van onderzoek en innovatie heeft mijn aandacht en is onderwerp van gesprek met kennisinstellingen en industrie.