Leren van klimaatinnovaties

Net als veel waterschappen in Nederland heeft Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) de afgelopen 20 jaar veel geïnvesteerd in het bedenken en uitvoeren van innovatieve projecten, pilots genoemd. Meestal bedoeld om vroeg in de beleidscyclus te illustreren hoe de beleidsruimte rondom een nieuw en actueel thema of zelfs een transitie kan worden benut om beleidsvernieuwing op gang kan brengen. Bijvoorbeeld rondom de klimaatopgave zoals die zich de afgelopen 20 jaar gemanifesteerd heeft. Ondanks de vele initiatieven en projecten lijkt van een structurele integratie van klimaatadaptatie in ruimtelijke plannen van gemeenten en waterschappen geen sprake. Terwijl de urgentie hoog is en ook zo wordt gevoeld, ook bij WRIJ.

WRIJ stelt zichzelf de vraag of het lerend vermogen van het waterschap wel voldoende wordt benut. Daarvoor is het noodzakelijk om de ‘’veronderstelde hardleersheid’’ in het waterbeheer te onderzoeken. De bestuurders willen deze veronderstelling graag eerst toetsen en nagaan of er barrières (leerblokkades) zijn die weggenomen kunnen worden.

Leren door het expliciet maken van leerervaringen is niet de tweede natuur van veel organisaties. Terwijl dat in essentie wel het doel is van pilots. Bij de vernieuwing van het waterbeheer gaat het om veranderingen die leiden tot verbeteringen. De adaptatie van klimaatverandering in ruimtelijke plannen vindt meestal plaats in plannen waar toch al de noodzaak aanwezig is voor een verbetering van de kwaliteit van het leefmilieu, een verbetering van de kwaliteit van de ruimte in een gebiedsopgave en de verbetering van de sociaal-maatschappelijke kwaliteit. Bijvoorbeeld door gebiedsgericht water meer vast te houden en brongericht schoon te houden in plaats van het snel en veel afvoeren van water. Dit kan in de bestaand gebouwde omgeving in steden en dorpen of op het platteland. Daarbij is actorgericht optreden gewenst, dat wil zeggen voor, door en met eigenaren, gebruikers en beheerders. Tevens is trendbewust handelen noodzakelijk, waarbij tal van interne en externe factoren zoals maatschappelijke ontwikkelingen worden meegenomen, die van invloed zijn op de doorwerking van de klimaatopgave en vernieuwend waterbeheer in de samenleving. Voorbeelden zijn de financieel-economische crisis, demografische ontwikkeling van krimp en groei, digitalisering, sociaal kapitaal in organisaties, de participatiesamenleving en nieuwe wet- en regelgeving.