Supermarkt_Marko Ruis

Nieuws

Aanbevelingen versnellen marktwerking rond dierenwelzijn

Gepubliceerd op
15 mei 2017

Volgens de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) gaat marktwerking rond dierenwelzijn niet snel genoeg. De zienswijze ‘Dierenwelzijn te koop!’ belicht de barrières bij marktwerking rond dierenwelzijn en doet aanbevelingen voor de rol van de overheid.

Onbenut marktpotentieel

De maatschappelijke wens van verhoging van het dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij boven het wettelijk minimumniveau, staat al decennia prominent op de beleidsagenda. De afgelopen jaren is het aanbod en de verkoop van voedsel met een hoger derenwelzijnsniveau in Nederland in absolute zin toegenomen. Er lijkt echter nog steeds sprake van een aanzienlijk onbenut marktpotentieel. Daarnaast kan verhoging van het dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij een manier zijn om de sector internationaal onderscheidend en winstgevend te positioneren. Een versnellingsslag is nodig volgens de Raad, zowel met het oog op de dieren in de Nederlandse veehouderij als de Nederlandse economie.

Marktwerking en rol overheid

De rol van de overheid bij marktwerking rond dierenwelzijn is beperkt; alleen in het geval van marktimperfecties ligt overheidsingrijpen voor de hand. Welke interventies precies effectief zijn, hangt af van de barrières die marktwerking rond dierenwelzijn in de weg staan. De RDA ziet barrières aan de vraag- en aanbodzijde van de markt en bij de overheid zelf. De RDA doet in haar zienswijze de volgende aanbevelingen voor de rol van de overheid:

  1. Vraag: Om de vraag naar producten met meer dierenwelzijn te stimuleren moet de wettelijke basis voor transparantie van keurmerken, claims en fabriekslogo’s over dierenwelzijn worden versterkt. Zo kunnen consumenten worden beschermd tegen misleiding over het dierenwelzijnsniveau van producten. De overheid moet voor meer transparantie zorgen zodat de consument er vaker en beter op wordt geattendeerd dat er in de markt keuze is. Ook moet het onderwijs er meer aandacht aan besteden, zowel het basisonderwijs (over de herkomst van voedsel en verschil in dierenwelzijn) als het vakonderwijs (kennis over concepten, marketing en dierenwelzijn);
  2. Aanbod: Ter stimulering van het aanbod is het aan de overheid om experimenten met diervriendelijkere productie of dierenwelzijnsproducten te faciliteren. De overheid kan bevorderen dat de financiering van ontwikkelingen in die richting gemakkelijker wordt. Ketenprestaties kunnen worden gestimuleerd door bedrijven uit te dagen tot (financieel) leiderschap, platforms voor samenwerking te bieden en de regie te voeren;
  3. Afstemming van vraag en aanbod: Er zijn nog veel hindernissen in wetten en regels die een meer diervriendelijke productie in de weg staan. Niet zelden gaat het om tegenstrijdige regels, bijvoorbeeld milieueisen die zich niet laten rijmen met het streven om dieren een beter leven te geven. Bovendien dient er duidelijkheid te komen over de mogelijkheden voor bedrijven om samen te werken binnen de Europese mededingingsregels en moet gewerkt worden aan de condities voor een Europese markt voor Nederlandse producten met meer dierenwelzijn.

(Bron foto: supermarkt_Marko Ruis)