Kuikens, foto: WUR Livestock Research

Nieuws

Antibioticumgebruik in veehouderij daalt nauwelijks meer

Gepubliceerd op
8 juli 2015

Na een periode waarin het gebruik fors is gedaald, is in 2014 het gebruik van antibiotica nauwelijks afgenomen. Een verdere aanpak moet zich richten op bedrijven en dierenartsen met een relatief hoog antibioticumgebruik.

Minder antibiotica veehouderij

Het gebruik van antibiotica in de veehouderij was een aantal jaren terug in Nederland vrij hoog, maar het gebruik is nu gemiddeld in Europa. Dit komt door de strenge regels om resistente bacteriën als gevolg van verkeerd antibioticagebruik te bestrijden. Preventief gebruik van antibiotica is nu verboden. De overheid wil graag dat in 2015 het gebruik van antibiotica met 70% gereduceerd is ten opzichte van 2009. De Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) heeft vastgesteld dat tussen 2009 en 2014 het gebruik met ruim 58% is afgenomen. Echter, het gebruik van antibiotica is in 2014 over het geheel genomen nauwelijks meer afgenomen.

Kritische antibacteriële middelen

In 2014 zijn de voor de volksgezondheid kritische middelen nog maar zeer beperkt ingezet in de kalver-, rundvee-, varkens- en vleespluimveehouderij. Het gebruik van deze middelen is verder afgenomen en nadert de door de SDa vastgestelde streefwaarde van nul. In het streven naar volledig inzicht van het gebruik van deze kritische middelen, gelet op het grote belang voor de volksgezondheid, zal de monitoring van de SDa in 2015 worden uitgebreid met monitoring bij konijnen en vindt een survey plaats van het gebruik bij honden, katten en paarden.

Grens antibioticareductie bereikt?

Volgens de SDa is het lastig om een verdere daling in antibioticagebruik te realiseren. Het gaat in deze fase vooral om de verdere aanpak van dierenartsen en veehouders die relatief veel antibiotica gebruiken. De SDa dringt er bij hen en hun ketenpartners op aan extra inspanningen te plegen om het gebruik echt verder terug te brengen. Wat de SDa betreft dienen antibioticagegevens, zoals die de afgelopen jaren zijn verzameld, beter te worden geanalyseerd om te weten te komen hoe een verdere reductie kan worden bereikt. De SDa wil daarbij ook de mogelijke gevolgen voor de diergezondheid- en het welzijn in kaart brengen. Er komen signalen uit de veehouderij dat er meer problemen met de diergezondheid zijn. Vleeskuikens hebben bijvoorbeeld te maken met meer pootproblemen. Tenslotte zijn er dusdanige verschillen tussen de sectoren, dat meer en meer per sector moet worden gekeken wat de beste route is naar een verantwoord gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij.

Aanvullende doelstellingen en maatregelen

Monitoring en benchmarken (vergelijken prestaties en werkwijzen) van het antibioticumgebruik hebben afgelopen jaren vruchten afgeworpen. Benchmarken volgens de huidige systematiek heeft echter beperkingen. De SDa zoekt naar een betere onderbouwing van benchmarkwaarden en wil deze mede gaan relateren aan het voorkomen van resistente bacteriën in de verschillende diersectoren. Op basis van deze analyse zullen in het najaar van 2015 voorstellen worden gedaan voor nieuwe benchmarkwaarden op basis van informatie over resistentie. Omdat de resistentieproblematiek verschilt voor iedere sector, is het te verwachten dat deze benadering ook tot een sectorspecifieke aanpak zal leiden. Op basis van deze voorstellen en adviezen van De Gezondheidsraad en de Raad voor Dierenaangelegenheden over antibioticagebruik komt de overheid in 2016 met aanvullende doelstellingen en maatregelen.

(Bron foto: WUR Livestock Research)