koe, foto: Pixabay

Nieuws

De gelukkige koe doet er toe

Gepubliceerd op
21 mei 2011

Ruim 200 toehoorders konden 18 mei tijdens het Studium Generale ‘Hoe gelukkig is de Nederlandse melkkoe?’ kennis nemen van de opvattingen van verschillende sprekers over verbeteringsmogelijkheden voor het welzijn van melkvee.

Concurreren op dierenwelzijn

De bijeenkomst werd georganiseerd door de lectoraten ‘Melkveehouderij’ en ‘Welzijn van Dieren’ van Hogeschool van Hall Larenstein in Leeuwarden. In zijn inleiding constateerde lector en dagvoorzitter Jelle Zijlstra dat dierenwelzijn steeds belangrijker wordt als aspect bij de keuze van consumenten voor producten. Concurreren op het aspect dierenwelzijn biedt volgens hem kansen voor het ontwikkelen van nieuwe productlijnen.

Wat wil de koe?

René Houkema, co-auteur van het rapport ‘Vijf voor twaalf voor de Nederlandse melkveehouderij’ begon zijn inleiding met de stelling dat in Nederland honderdduizenden koeien pijn lijden. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn volgens hem het hoge percentage koeien met klauwgebreken en met mastitis. Hij baseerde zijn betoog op rapporten van de European Food Safety Authority (EFSA) en van de Animal Sciences Group (Nu Wageningen UR Livestock Research). Het kernprobleem is volgens hem dat de hoge eisen die aan productie worden gesteld het onmogelijk maken aan de ‘wensen’ van de koe te voldoen. De vraag: ‘wat wil de koe?’, wordt onvoldoende gesteld. Volgens Houkema is welzijnsverbetering mogelijk wanneer aan de volgende 6 voorwaarden wordt voldaan:

  1. Verplichte weidegang;
  2. Stallen ontwerpen afgestemd op de behoefte van de dieren;
  3. Fokken op robuuste en gezonde koeien;
  4. Supermarkten stoppen met stunten met melkprijzen;
  5. Melkveehouder moet zich meer gaan richten op kwaliteit in plaats van kwantiteit;
  6. Consumenten moeten een beetje meer gaan betalen voor de melk.

Meer feiten uit de praktijk nodig

Lector Hans Hopster gaf een overzicht van de ontwikkeling die de ligboxenstal heeft doorgemaakt sinds het eerste begin eind jaren zestig van de vorige eeuw. Gezien de tijd die de ligboxenstal nodig had om geaccepteerd te worden als algemeen aanvaard staltype, verwachtte hij dat de vrijloopstal nog zeker 20 jaar ontwikkeling door zou moeten maken voordat het een algemeen gebruikt staltype zou zijn. Op dit moment zijn er veel projecten rondom dierenwelzijn bij melkvee en vindt er ook veel onderzoek plaats. Er is echter in aanvulling op het onderzoek ook grote behoeften aan praktijkresultaten. Alleen hierdoor kan de werking van vernieuwde systemen in de praktijk gemeten worden. Hbo-onderzoek zou hier een bijdrage aan kunnen leveren.

Koecomfort beter en productie veel hoger in nieuw type stal

De Groningse melkveehouder Meindert Wiersma werd geïnterviewd over de achtergronden van en ervaringen met zijn variant van de vrijloopstal. 'Een goede ligbox bestaat niet' is zijn overtuiging. De veehouder zegt dat sinds de stal in gebruik is zowel het aantal gevallen van kreupelheid als mastitis is afgenomen. Dit heeft ook geleid tot een lager antibiotica gebruik. De productie per koe is nu 12.000 kg per jaar, dit was in de oude situatie 9500 kg aldus Wiersma.


Visies van studenten op stalontwerp

Tweedejaarsstudent Dier en veehouderij, Daan Köhne, had als uitgangspunt voor zijn visie op stalontwerp de noodzaak van het terugdringen van de stikstofemissie genomen. Daarom ging hij uit van een emissiearm stalontwerp met gescheiden opvang van urine en mest. Gedurende de eerste 100 dagen van de lactatie en rondom het afkalven zouden in zijn visie melkkoeien geen weidegang moeten hebben omdat dit onder meer strijdig zou zijn met een optimale voervoorziening. Vrije keuze om binnen te blijven of naar buiten te gaan zou wel mogelijk moeten zijn voor dieren uit andere categorieën. Hierbij tekende hij wel aan dat vanaf oktober tot april alle dieren binnen moeten zijn. In de herfst, winter en het vroege voorjaar zijn in zijn visie de omstandigheden voor de dieren niet optimaal. Daan Köhne ziet verder graag het gebruik van diepstrooiselboxen, rubber op de roosters en het gebruik van een melkrobot.

Studente Esther Veenstra van de opleiding Diermanagement stelde dat op termijn grootschalige Nederlandse melkveehouderij het toch niet zou redden in een vrije wereldmarkt. Zij ziet meer heil in een focus op de eigen markt met dierenwelzijn als sterk verkoopargument richting de consumenten. Haar inspiratie voor het stalontwerp haalde zij onder andere uit de projecten ‘Kracht van koeien’ en ‘Familiekudde’. Belangrijke aspecten van haar ontwerp waren de mogelijkheid voor de dieren het hele jaar buiten te komen, beschutting in de weiden, doormelken tot aan het afkalven en het gebruik van een melkrobot. Volgens haar zou een stier met de koeien gehouden moeten worden en kalveren langer bij hun moeder. Verder wees zij op het belang van transparantie; burgers moeten kunnen zien wat er op het bedrijf gebeurt. Tenslotte zou een wat lagere melkproductie ook een beter dierenwelzijn betekenen. Esther concludeerde dat in haar ontwerp de koe en het welzijn het uitgangspunt waren terwijl bij Daan dierenwelzijn een van de (belangrijke) randvoorwaarden was.


Eigen waarde koe ook voor melkveehouders belangrijk

Aan de hand van een zestal stellingen werd de mening van de zaal gepeild over een aantal onderwerpen. Op de stelling dat automatisch melken een zegen is voor de koe en de melkveehouderij kwam onder meer de reactie vanuit de zaal dat de melkrobot en de vereiste omgang hiermee wel moest passen bij de melkveehouder en de omstandigheden. Deze opmerking verdiende uiteindelijk de prijs voor de beste bijdrage aan het debat. De discussie verliep levendig, stellingen en opmerkingen die suggereerden dat veehouders te weinig een eigen waarde toekennen aan hun dieren riepen de meest felle reacties op vanuit het publiek wat voor een behoorlijk deel bestond uit studenten Dier en Veehouderij. De bijeenkomst werd besloten met het aanbod vanuit de Melkveeacademie om bij voldoende belangstelling een netwerkgroep dierenwelzijn te starten.