Blogpost

Een Goddelijk offer...?

Gepubliceerd op
26 oktober 2012

‘Bismillah, Allahoe Akbar’. Deze woorden moet elke slachter uitspreken voordat hij het leven van een dier mag beëindigen. Vertaald: ‘in naam van God, God is de grootste’. Deze column gaat over de ‘Dhabiha’; de wijze waarop dieren voor menselijke consumptie moeten worden gedood binnen de islam.

Naast de Dhabiha kent de islam nog een aantal voorschriften die bij een slachting in acht genomen dienen te worden wil het vlees ‘halal’ (rein; toegestaan voor moslims) zijn. Bijvoorbeeld hoe dieren gefokt en gehouden moeten worden, de kwaliteit van het voer, de wijze van transport en of de afstand verantwoord is. Dierenwelzijn zou  daarbij erg belangrijk zijn en wordt beschouwd als een verantwoordelijkheid die God de mens toevertrouwde (!).

Met deze voorschriften in het achterhoofd kun je je afvragen waarom in Nederland zoveel ophef ontstaat als het gaat over (onverdoofd) ritueel slachten. Onlangs meldde meneer Bleker dat hij het conceptbesluit over de rituele slacht wil herzien. Joden en moslims in ons land zijn namelijk bezorgd en vrezen dat zij hun ‘heilige’ ritueel niet meer kunnen uitoefenen als het oorspronkelijke convenant wordt uitgevoerd.
En terecht! Volgens het gewijzigde besluit zou de verplicht aanwezige ambtenaar van de NVWA alléén toezicht mogen houden op afspraken van diergeneeskundige aard, en zich absoluut niét mogen bemoeien met “aspecten” die voortvloeien uit het geloof. Wat zijn precies die aspecten? En zijn deze wellicht gerelateerd aan het welzijn van de dieren die slachtoffer worden van het barbaarse ritueel?

Afgelopen voorjaar heb ik in Saudi-Arabië gewerkt; hét religieuze centrum van de islam! Mijn collega’s en ik bezochten o.a. een slachthuis waar aan de lopende band geiten en schapen volgens de Dhabiha werden gedood... Even wennen voor mij, zo op een zaterdagochtend na de ‘camel market’ en nog vóór het ontbijt...! Gezien het besluit van meneer Bleker wil ik de genoemde voorschriften en de Dhabiha tegen het licht houden en vergelijken met wat ik op dat moment te zien kreeg.

Als ik u vertel dat geiten en schapen in een open ijzeren laadbak van een krakkemikkige bestelauto bij temperaturen richting 50°C getransporteerd werden, kan eenieder begrijpen dat dan elke meter teveel is. Vervolgens werden de dieren – soms aan hun achterbenen en met twee tegelijk – hevig mekkerend en krijsend het slachthuis ingesleurd. Op nog geen halve meter afstand van een hoop spartelende kadavers kregen de dieren de halssnede toegediend. De woorden waar ik mijn column mee begon heb ik niet gehoord...
Het gemekker, de geur van vers bloed en de lucht vol stresshormonen maken dat de dieren voorafgaand aan het ‘ritueel’ echt wel in de gaten hebben dat wat hen te wachten staat alles behalve plezierig en Goddelijk zal zijn!