Blogpost

Een nieuw bommetje

Gepubliceerd op
8 maart 2013

De bofkip is geboren. Na de plofkip hebben we nu de bofkip. Een nieuwe kip? Nee. Het is gewoon dezelfde kip, maar bekeken door een andere, ietwat roze, bril.

“Het is de kip die als ie zou kunnen kiezen het liefst in Nederland kip wil zijn.” Dit zegt de voorzitter van de Nederlandse Vakbond voor Pluimveehouders (NVP). De NVP heeft de buik vol van de spotjes over de plofkip. Zij vindt dat actiegroepen, zoals Wakker Dier, “met pinokkioverhalen ons in een kwaad daglicht zetten.” Ziet er in ieder geval nog iemand daglicht. De bofkip, of plofkip zoals u wilt, zeker niet.

Bofkip, plofkip, het blijft hetzelfde dier. Wakker Dier vergelijkt de toestand van de plofkip met die van de andere dieren in de Nederlandse veehouderij. En zij vindt dat de plofkip er het slechtste vanaf komt. De NVP vergelijkt de toestand van de kip met die van andere bofkippen in Europa en vindt dat de Nederlandse kip het meeste boft. Handig zo’n verschillend referentiekader, hebben ze mooi allebei gelijk: alle Europese kippen ontploffen, maar de Nederlandse knallen iets minder hard. Het is maar wat je boffen noemt.

Misschien moeten we plofkip en de bofkip gewoon vergeten. Laten we bofponies gaan eten. Dan hoeven we ons tenminste geen zorgen te maken over het welzijn van de dieren. Ze zijn immers met veel aandacht en liefde grootgebracht. Bovendien blijken we aan het eten van paardenvlees toch al gewend te zijn.