hagedis, foto: Pixabay

Nieuws

Goede voorlichting bepalend voor welzijn gezelschapsdieren

Gepubliceerd op
22 september 2010

Ongerief bij gezelschapsdieren wordt in belangrijke mate veroorzaakt door gebrek aan kennis over huisvesting, voeding, verzorging en gedrag van het dier. Dit blijkt uit een expertview van dierwetenschappers. Zij hebben ongerief geïnventariseerd en geprioriteerd bij meer dan 20 soorten gezelschapsdieren.

Inschatting ongerief

Wageningen UR Livestock Research en Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht hebben geanalyseerd welke factoren mogelijk een bedreiging vormen voor het welzijn van de meest gehouden gezelschapsdieren. Hiertoe is een ongeriefanalyse uitgevoerd die identiek is aan de eerder uitgevoerde analyses voor rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden (2007) en voor konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten (2009). De ongeriefanalyse is uitgevoerd voor 23 diersoorten of groepen van diersoorten, verdeeld over zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen.

Consultatie

Een conceptversie van het rapport in april 2010 ter consultatie voorgelegd aan een aantal betrokken partijen uit de sector (brancheorganisatie Dibevo, Dierenbescherming, Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren, Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Dierenartsen, Platform Verantwoord Huisdierbezit).

Oorzaken ongerief

Bij alle categorieën en soorten gezelschapsdieren komen vormen van (ernstig) ongerief voor. Oorzaken:

  • gebrek aan kennis over huisvesting, voeding, verzorging en gedrag van het dier;
  • impulsaankopen door hypes en modeverschijnselen;
  • infectieziekten, veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels, endo- en ectoparasieten;
  • erfelijke afwijkingen en te ver doorgevoerde raskenmerken;
  • gebrekkige socialisatie en individueel houden;
  • Gebrek aan afleiding en aandacht;
  • het trainen, tentoonstellen en houden van wedstrijden met dieren;
  • fokkerij- (kwekerij-), handels- en transportcondities.

Oplossingen

  • Regelgeving is niet eenvoudig te formuleren en moeilijk te handhaven. Daarom ligt zelfregulering meer voor de hand, al dan niet met ondersteunende regelgeving.
  • Omgaan met gezelschapsdieren hoort thuis in de opvoeding van kinderen. Als aanbeveling wordt gedaan om elementen hiervoor in het basisonderwijs en vakonderwijs op te nemen.

Goede voorlichting

Het ministerie van LNV zet haar beleid ten aanzien van gezelschapsdieren vooral in op goede voorlichting van (toekomstige)houders van dieren. Daarvoor is het LICG (Landelijk Informatie Centrum voor Gezelschapsdieren) opgericht, waarin tal van belangenorganisaties participeren. Daarnaast is er een vierjarig onderzoeksprogramma welzijn gezelschapsdieren opgesteld, waarin samen met relevante partijen en wetenschappers de belangrijkste onderzoeksonderwerpen zijn samengebracht.

Verplichte I&R honden

Het ministerie van LNV werkt ook aan de totstandkoming van een verplicht identificatie- en registratiesysteem voor honden. Daarnaast wordt een AMvB voorbereid die het Honden- en kattenbesluit zal vervangen. Deze zal betrekking hebben op partijen die onder het huidige Honden en kattenbesluit vallen maar ook de detail- en groothandel in dieren en opvangcentra voor andere huisdieren dan honden en katten. De AMvB zal in tegenstelling tot het huidige Honden- en kattenbesluit voornamelijk doelvoorschriften bevatten. Dat biedt ruimte voor het bedrijfsleven voor invulling van de doelvoorschriften onder andere via certificering.

(Bron foto: Hogeschool VHL)