Blogpost

Het roze gevoel

Gepubliceerd op
7 maart 2014

Onlangs werd een Brabantse varkenshoudster met de dood bedreigd. Niet omdat ze jarenlang de Libor-rente had gemanipuleerd of ontucht had gepleegd met minderjarige jongetjes. Nee, omdat ze twee verkleumde biggetjes het leven redde door deze in een emmer lauw water op te warmen.

Om te voorkomen dat de diertjes zouden verdrinken zette zij de oren met wasknijpers vast aan de emmerrand zodat de kopjes boven water bleven. Nadat de varkenshoudster zelf een foto van het tweetal online had gezet, zwol dit ‘nieuws’ via de social media in een mum van tijd aan tot een explosieve cocktail met Kamervragen tot gevolg en als klap op de vuurpijl de absurde doodsbedreiging. Nu de storm is gaan liggen is het interessant om te analyseren wat hier aan de hand is en hoe dit is te voorkomen.

Waar praten we over? In Nederland werden in 2013 bij ruim 2000 zeugenhouders zo’n 25 miljoen biggen geboren. Deze biggen worden later zelf varkensmoeder (2%), worden op een leeftijd van 6 maanden geslacht voor de vleesproductie (75%) of worden als big geëxporteerd naar het buitenland (20-25%). Een zeug krijgt gemiddeld per jaar 28 biggen in toomgroottes van iets meer dan 12 biggen. Deze biggen blijven na hun geboorte 3-4 weken bij hun moeder. Niet iedere big wordt zonder problemen groot, van de levend geboren biggen gaat 12% binnen 3-4 weken dood. Tot zover de harde feiten.

Naast deze feiten zijn er verschillende waarden die conflicteren. Voor het publiek staat ‘respect voor de eigenwaarde van het dier’ voorop. Elk dier als uniek schepsel qua uiterlijk, gedrag en fysiologie, dat alleen hierom al onze waardering verdient. Meer dan de helft van de Nederlanders ziet dit dagelijks bevestigd in hun hond of kat. Dat zijn beslist geen closetrollen. Ik durf te stellen dat de varkenshoudster vanuit haar persoonlijke moraal ook met respect voor de eigenwaarde van de biggen hun jonge, van haar afhankelijke leventjes van de gewisse dood wilde redden. Vrouwen zijn zorgzaam immers. Dat veel varkenshoudsters vanwege buitenshuis werk niet langer de zorg voor de biggen op zich nemen, is voor het jonge spul een gevoelig verlies. De Brabantse verdient dan ook alle waardering en ik heb geen enkele twijfel over haar goede intenties. Ofschoon op een varkensbedrijf natuurlijk ook de economische waarde van de big een rol speelt. Varkenshouders eten immers van onze verslaving aan te goedkoop varkensvlees. Over gedoogbeleid gesproken.

Waar het echt mis ging was in de uitvoering, die bleek de vonk in het kruitvat. De Brabantse had beter moeten weten. Door het gebruik van wasknijpers creëerde zij nietsvermoedend een bijzonder krachtige metafoor. Die door de foto online te zetten, al snel een eigen leven leidde en het beeld schilderde als zou een big een textielproduct zijn dat zonder scrupules aan de punten kan worden opgehangen. Daarmee bevestigde zij ongewild de opvatting dat varkenshouders gewetenloze lieden zijn met uitsluitend oog voor de instrumentele waarde van het dier. Zelfs als wetenschappelijk had kunnen worden aangetoond dat net geboren biggen gevoelsarm zijn, vanwege lichaamseigen pijnstillers als biologisch antwoord op de onvermijdelijke geboortepijn, dan nog telt op zo’n moment het argument niet meer. De ontsteker is afgegaan en met de snelheid van het licht heeft het beeld zich verspreid over dovemans oren. En losgezongen van de context is het oordeel snel geveld. Mensen vinden dit respectloos, los van de gevolgen voor de big.

Om dit soort situaties te voorkomen raad ik alle varkenshouders aan om de cursus ‘hoe begrijp ik mijn medemens’ te volgen waarin je onder andere wordt geleerd hoe je kleumende biggen met roze Hello Kitty strikjes kunt behoeden voor de verdrinkingsdood. Met paars als second best. Daarmee snijdt het mes aan twee kanten en bezorgen we, ondanks de crisis, iedereen een roze gevoel. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon wat vaker je oor buiten de sector te luisteren leggen. Welkom op Dierenwelzijnsweb, voor kennis van alle kanten.