Blogpost

Hoe wil jij je eitje het liefst?!

Gepubliceerd op
24 oktober 2010

Boer zijn, vroeger leek mij dat het mooiste beroep van de wereld. Het houden van koeien, kippen, geiten, schapen en varkens. Mooi, lekker en eerlijk voedsel produceren. En werken in de frisse buitenlucht. Maar hoe ziet de boer van tegenwoordig eruit? En past dat beeld nog wel bij mij...

Al heel jong kwam ik regelmatig op een boerderij. Een gemengd bedrijf, nu nog steeds, maar al wel lange tijd biologisch. Alle soorten landbouwhuisdieren lopen daar rond. Je kunt alle dieren aaien. Wat vond ik dat mooi om zo (van) dieren te houden. Toen al wist ik wat ik later wilde: ik wilde boer worden!

Inmiddels heb ik een baan. Voor mijn werk kom ik op zeer verschillende legpluimveebedrijven; van relatief klein tot immens groot en van gangbaar (kooi/scharrel) tot biologisch. Ik ervaar vanaf de eerste rij wat er met de “boer” is gebeurd. Mijn beeld van het boer zijn op de manier zoals ik dat zou willen klopt in ieder geval niet meer. Dat geldt met name voor de legpluimveesector.

De pluimveehouder van tegenwoordig is een echte manager geworden; honderste centen maken het verschil in deze sector. Een bedrijf met 70.000 scharrelkippen is heel normaal... De eenheden (dieren) zijn zo klein, en zo vervangbaar, dat ze individueel van weinig betekenis zijn voor de pluimveehouder. Dit heeft zijn uitwerking op dierenwelzijn... Nee, dat lijkt mij helemaal niks; een benauwde stoffige stal volgepropt met zóveel kippen. Op een biologisch legpluimveebedrijf waar ik onlangs kwam wordt met een stuk minder kippen een boterham verdiend. Er is meer aandacht per dier, al is het misschien maar een heel klein beetje. Er wordt in ieder geval meer rekening gehouden met de intrinsieke waarde van elk dier. Wel is de prijs van biologische eieren daardoor hoger dan die van bijvoorbeeld scharreleieren.

De verdediging zal betogen dat grootschalige productie nodig is om de wereld te voeden, en dat het romantische beeld van kleine boertjes niet realistisch is. Aan de ene kant heeft men gelijk. Maar bekijk het eens van de andere kant. Als boer zijn weer aantrekkelijk wordt, en meer mensen écht plezier kunnen hebben in dit vak, dan is voedselzekerheid geen issue. Meer boeren betekent kleinere bedrijven, waarbij er meer aandacht is voor dier, mens, natuur en milieu. Zó wil ik boeren. En dát is mijn doel voor de toekomst! Maar om een dergelijke aantrekkelijke veehouderij te realiseren moet de consument het voedsel wel meer gaan waarderen, en dus weten waar die hogere prijs op gebaseerd is.

Bedenk daarom eens voor jezelf: hoe wil jij je eitje het liefst?!