Joanne van der Borg

Nieuws

Honden en konijnen: praktisch protocol voor handhaven open normen licht

Gepubliceerd op
26 mei 2017

De overheid hanteert voor de wettelijke borging van dierenwelzijn in toenemende mate doelvoorschriften, zogenaamde open normen. In dit kader onderzocht Wageningen Livestock Research wanneer je kunt stellen dat bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren onder de juiste lichtcondities worden gehouden. Dat is voor handhavers een belangrijke vraag.

Het onderzoek richtte zich op honden en konijnen, veel gehouden soorten waarbij veel vragen bestaan wanneer de lichtcondities wel of niet voldoen aan de behoeftes van de dieren. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Economische zaken uitgevoerd.

Open normen licht

‘Open normen’ geven in veelal abstracte termen het doel aan dat de dierhouder moet bereiken: de dierhouder heeft dan meer vrijheid om zelf in te vullen hoe hij maatregelen treft om het doel te halen. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) geven aan dat ze behoefte hebben aan kennis en praktische tools om volgens de doelvoorschriften te controleren en te handhaven. Een concreet voorbeeld is het handhaven van het doel dat is gesteld voor het aanbieden van licht bij gezelschapsdieren door bedrijfsmatige houders. Wettelijk is het doel gesteld: “Een ruimte waarin een dier wordt gehouden, wordt voldoende verlicht en verduisterd om aan de ethologische en fysiologische behoeften van het dier te voldoen”. Maar wat is voldoende?

Situatie in de praktijk

Inspecteurs van de NVWA en LID geven aan dat de variatie in lichtcondities in de houderij van honden en konijnen erg groot is. De inspecteurs zien ook diverse tekortkomingen in zowel lichtcondities als lichtvoorzieningen: vuile lampen en ramen, geen (dag)lichtinval, alleen kunstlicht, donkere plekken in dierverblijven, en het vermoeden dat verlichting te kort aan is voor een goede dag-nacht ritmiek. Echter, ze geven ook duidelijk aan dat ze te weinig handvatten hebben om te bepalen wat goed of slecht is voor de dieren. Omdat het hierdoor lastig is om te bepalen of aan de wettelijke kaders wordt voldaan, blijft handhaving vaak uit. Een duidelijke maat voor lichtsterkte (aantal lux) in het dierenverblijf, en aantal uren licht per etmaal dan wel buiten zijn, zijn voorbeelden van concrete criteria waar inspecteurs behoefte aan hebben.

Praktisch protocol

Voor een praktische vertaling naar handhavingscriteria is in het onderzoek gebruik gemaakt van de ervaringskennis van inspecteurs van de NVWA en de LID. Deze ervaringskennis gecombineerd met de bevindingen van een uitgebreide literatuurstudie is de basis voor twee factsheets, één voor honden en één voor konijnen. Deze geven toegankelijke informatie over het zien van honden en konijnen en de ethologische en fysiologische behoeften van deze dieren. Elke factsheet heeft een checklist, waarmee de inspecteur een goed onderbouwde afweging kan maken over wel of niet handhaven ten aanzien van de norm licht: lichtsterkte, lichtduur, daglichtvoorziening, en type kunstlicht (frequentie, kleur). Hiermee ligt er een gedegen aanzet voor een praktisch protocol waarmee handhavers in de praktijk hun werk kunnen doen.

De factsheets met checklist zijn hier te downloaden en zijn ook te vinden in hoofdstuk 7 van het rapport 'Open normen licht bij het bedrijfsmatig houden van gezelschapsdieren'.

(Bron foto: Joanne van der Borg)