Blogpost

Ingrepen

Gepubliceerd op
2 oktober 2008

Wij mensen willen graag aan het bouwplan van beesten frunniken. Om ze productiever of efficiënter te maken of beter weerbaar. Maar ook om ze “mooier” te maken. En mocht dat via het bouwplan niet lukken, dan kunnen we altijd nog post partum ingrijpen.

Enkele maanden geleden was er ringrijden in Koudekerke. Een stukje Zeeuws cultuurhistorie waarbij meestal mannen op galopperende Belgische koudbloedpaarden aan een puntige stok een ringetje moeten rijgen. Opwinding eersteklas waarbij de oerkreten over het dorpsplein schallen en kleine kinderen trots op de rug van geduldig wachtende Zeeuwse knollen zitten. Met een Zeeuwse bolus in de hand prima uit te houden. Er werd met veel respect met de paarden omgegaan. Geen zadels, geen knellende singels, geen sporen, geen slofteugels alleen een hoofdstel en teugels. Het is alweer zo’n 30 jaar terug dat ik dit schouwspel had gezien. Toen nog massale konten met tussen de imposante billen een kort stompje staart. Karakteristiek, maar nu op zijn retour.

Over smaak valt niet te twisten, maar een staart lijkt me geen lichaamsdeel dat je zonder medische indicatie moet verwijderen. Een staart heeft een functie. Het is voor een paard een vliegenvanger en een communicatiemedium. Houders van koudbloedpaarden wijken uit naar Frankrijk om de staart bij hun paard te laten couperen. Uit cultuurhistorische overwegingen is het daar toegestaan. Ik wil dat zeker niet goedpraten, maar laten we ook naar onszelf kijken.

Miljoenen varkens ontnemen we jaarlijks hun staart. De Russische wetenschapper Dmitri Belyaev ontdekte jaren terug dat vossen die geselecteerd worden op vertrouwen in de mens, een kortere staart krijgen met een krul erin en minder pigment.  Als dat voor varkens ook geldt, is de roze krulstaart waarschijnlijk een blijk van vertrouwen in ons, de mens. Dat is pas een confronterende gedachte.