zwijnen, foto: Pixabay

Nieuws

Kader zorgplicht voor semi- en nietgehouden dieren

Gepubliceerd op
9 januari 2013

De RDA heeft de zienswijze 'Zorgplicht Natuurlijk Gewogen' opgesteld waarin een kader wordt geschetst voor de menselijke zorgplicht voor semi- en nietgehouden dieren. Het ministerie van EZ bereidt een inhoudelijke reactie voor.

Welzijn nietgehouden dieren

Het welzijn van nietgehouden dieren staat de afgelopen jaren steeds meer in de publieke belangstelling. Politieke debatten over het welzijn en het beheer van ‘wilde’ dieren in gebieden als de Oostvaardersplassen, de Amsterdamse Waterleidingduinen en de Veluwe laten zien dat het beheer van deze dieren niet langer uitsluitend een zaak van de biologen, ecologen en terreinbeheerders is, maar dat de maatschappij daar nadrukkelijk in gekend wil worden.

In de zienswijze 'Zorgplicht Natuurlijk Gewogen' geeft de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) aan dat de morele verantwoordelijkheid voor dieren onafhankelijk is van context en dus evenzeer geldt voor gehouden als voor nietgehouden dieren. De Raad laat zien dat de invulling van de zorgplicht over verschillende contexten heen op dezelfde uitgangspunten gebaseerd kan worden. Het aanpassingsvermogen van een dier (of groep dieren) in relatie tot de uitdagingen die zijn omgeving biedt, staat hierbij centraal. De fundamentele erkenning van de intrinsieke waarde van dieren en van het feit dat dieren sentient beings zijn geldt voor álle dieren, gehouden en nietgehouden.

Zorgplicht

De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de morele verantwoordelijkheid varieert in de praktijk sterk, aldus de zienswijze. Actuele vragen daarbij zijn o.a.: Zijn wij verplicht om wilde dieren tijdens voedselschaarste in de winter bij te voeren? En wanneer moeten we een wild dier wel of niet opvangen? De zorgplicht is de wijze waarop in de praktijk invulling gegeven kan en moet worden aan de morele verantwoordelijkheid. Wanneer het aanpassingsvermogen van dieren niet is overschreden is de zorgplicht van de mens beperkt tot het in stand houden van deze toestand. Deze afwezigheid van de plicht om in te grijpen kan opgevat worden als een ‘afblijfplicht’. Wanneer het aanpassingsvermogen van dieren wél is overschreden, bestaat de zorgplicht van de mens uit het overwegen en uiteindelijk nemen van maatregelen om onaanvaardbaar lijden te voorkomen. Dat kan door maatregelen die gerelateerd zijn aan het aanpassingsvermogen van het dier (zoals vaccinatie of bijvoeren) of door maatregelen gericht op de omgevingsomstandigheden die een belasting vormen voor het dier (zoals verbetering van de habitat).

Reactie ministerie van EZ

De RDA-zienswijze is vernieuwend en zal zeker discussie oproepen. Deels vanwege verschillende interpretaties en deels vanwege verschillende waarden en uitgangspunten. Het ministerie van EZ is van plan een dialoog over deze zienswijze te gaan voeren en een ronde tafel bijeenkomst te organiseren met betrokken organisaties om meningen en standpunten van deze organisaties te leren kennen en mee te wegen in de inhoudelijke reactie van het ministerie.


(Bron foto: Shutterstock)