welp, foto: Pixabay

Nieuws

‘Knuffelfarms’: geen antwoord op natuurbescherming

Gepubliceerd op
1 juli 2014

Op veel plaatsen op de wereld kun je als vrijwilliger of als toerist in zeer nabij contact komen met jonge roofdieren. Vaak eindigen deze dieren in de jachtindustrie. Stichting Spots raadt het bezoek aan deze zogenaamde ‘knuffelfarms’ af.

Natuurbescherming die werkt

Ecologie is een belangrijk speerpunt in de natuurbescherming. Op velerlei manieren kan bescherming worden geïnterpreteerd en in de praktijk worden gebracht. Van het voorkomen van uitsterving van een bepaald diersoort en complete landschapsbewaking in het wild, tot educatie van lokale bevolkingen en het ondersteunen van projecten middels materiële en/of financiële middelen. Hedendaags zijn er daarom verscheidene soorten natuurbescherming en elk scenario vergt zo zijn eigen visie en aanpak. De één effectiever of meer kostenbesparend dan de ander. Uiteindelijk wil men maar één ding: natuurbescherming die werkt, waarmee natuur kan voortbestaan voor ons eigen gewin en dat van toekomstige generaties.

Knuffelfarms

Met al die denkbare scenario’s en verschillende aanpakken bestaat hierin een variëteit, terwijl niet altijd de bedoeling duidelijk is ten opzichte van natuurbehoud en eventueel geboekte resultaten. Er bestaan organisaties die zich oppervlakkig richten op natuurbescherming, maar uiteindelijk een heel ander doel omarmen. Zogenoemde ‘knuffelfarms’ zijn een aanpak die hier onder vallen. Dit zijn organisaties in bijvoorbeeld Afrika die een ‘game farm’ of ander landgoed bezitten en zich voordoen als natuurbeschermingsorganisatie. Vanuit een ecologisch oogpunt trachten zij veelvuldig dieren te fokken om aantallen in het wild aan te vullen en zo uitsterving te voorkomen. Er wordt dan gespeeld op het idee dat mensen nodig zijn om de dieren ‘op te voeden’ en klaar te stomen voor een leven in de wildernis, waarbij beweerd wordt dat veelvuldig contact tussen mensen en (voornamelijk) jonge dieren noodzakelijk is. Echter, de hoeveelheid aan dieren die gefokt wordt staat vaak tot altijd niet in verhouding tot het in het wild uitgezette aantal dieren.

Canned hunting

De Tigertemple in Thailand en projecten in vooral Zuidelijk Afrika zijn bekend als het aankomt op 'knuffelen' met dieren. In Zuidelijk Afrika bezoeken veel mensen projecten waar je kunt knuffelen met leeuwen. Alleen al in Zuid Afrika zijn er 160 fokprojecten voor leeuwen, met een naar schatting totale aanwas van 1440 welpen per jaar. Daarbij moet worden beseft dat roofdieren zoals leeuwen alleen getolereerd worden in beschermde gebieden zoals Nationale Parken. Daarbuiten worden ze veelal gedood omdat boeren bang zijn dat deze dieren hun veestapel doden. Er is dus geen ruimte voor nieuwe, halftamme roofdieren, in het wild. Ook hebben dierenparken geen plaats voor en behoefte aan deze dieren. In Afrika eindigen veel van deze dieren in de trofeejacht. Een specifieke vorm hiervan is 'canned hunting' (ingeblikt jagen). Hierbij heeft het te bejagen dier geen kans tot ontsnappen, omdat het is opgesloten in een afgesloten gebied en de jager zeker weet waar het dier zich bevindt. Dit is een lucratieve aangelegenheid voor eigenaren van jachtterreinen.

Campage tegen knuffelfarms

Stichting SPOTS heeft een campagne tegen knuffelfarms opgezet. Deze stichting zet zich in voor behoud van grote katachtigen en ondersteunt lokale organisaties op financieel gebied die zich bewezen hebben in effectief behoud van katachtige soorten, zoals CCF (Cheetah Conservation Fund) en ICS (Iranian Cheetah Society). Op de site van Stichting Spots valt veel te lezen over knuffelfarms. Naast het voorlichten van het brede publiek wilt stichting SPOTS zich ook steeds meer richten op mensen die direct betrokken kunnen raken. Hieronder vallen onder andere studenten met een diergerelateerde opleiding. Voor met name stagiaires en afgestudeerden die naar Afrika willen, zou stichting SPOTS graag willen zien dat deze doelgroep goed voorgelicht wordt over knuffelfarms om te zorgen dat dit soort praktijken financieel niet gestimuleerd worden


(Bron foto: Stichting Spots)