Blogpost

Mensenwelzijn

Gepubliceerd op
12 oktober 2012

Onze pup van amper vier maanden oud wordt op een zaterdag bij de dierenartsenpraktijk opgenomen.

Ze heeft haar poot op twee plaatsen gebroken en dat moet orthopedisch behandeld worden. Op zijn vroegst is ze de daaropvolgende maandag aan de beurt. Het belangrijkste is nu dat ze zoveel mogelijk rust krijgt, dus ons wordt verteld dat het beter is dat ze tot die tijd bij de dierenartsenpraktijk blijft. “Wat zielig, moet ze het hele weekend daar in zo’n saai en kil hok verblijven, zonder ons en haar speelmaatje. Wat zal ze dat missen.” Dat is de eerste gedachte die bij me opkomt. Maar dat is uitdrukkelijk míjn gedachte en niet die van onze pup. Wij mensen denken te weten wat dieren voelen en denken, omdat we dieren aan onszelf spiegelen. En daar gaat het dan ook fout wanneer we praten over dierenwelzijn.

Wij mensen projecteren onze gevoelens en gedachten op die van dieren. Neem de varkens als voorbeeld. Varkens zijn van nature schemerdieren. Dit betekent dat ze zich het meest behaaglijk voelen wanneer er niet teveel daglicht is. Nu wordt in de meeste concepten en keurmerken een minimum van 40 lux verplicht in varkensverblijven, gedurende minimaal acht uur per dag. Om een beeld te vormen: 40 lux komt in de buurt van kantoorverlichting. Deze lichthoeveelheid zou ter bevordering van het welzijn van het varken zijn. In de Maatlat Duurzame Veehouderij verdien je zelfs extra welzijnspunten wanneer voldoende daglicht in de stal wordt gerealiseerd. Wie bepaalt dat extra licht beter is voor het welzijn van het varken? Wij mensen vinden het een vreemde en dieronvriendelijke gedachte dat varkens niet of nauwelijks worden blootgesteld aan licht. Deze mening wordt gebaseerd op onze eigen ervaringen en niet op de welzijnsgedachte bekeken vanuit een varken. En juist dát zou in de hele welzijnsdiscussie nu net de essentie moeten zijn: denken vanuit het dier en niet vanuit de mens!