muskusrat_Dierenwelzijnsweb

Nieuws

Muskusrattenbestrijding: Dweilen met de kraan open?!

Gepubliceerd op
1 april 2016

De muskusrat is een exoot die gevaarlijke situaties kan creëren voor de samenleving door zijn holen te graven in oevers, dammen en wallen. De vraag is wat gedaan wordt om de populatie te beheren en hoe efficiënt dit is.

Om dit onderwerp van alle kanten te belichten, organiseerde het Lectoraat Welzijn van Dieren van Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden op 23 maart jl. een Studium Generale (SG). Lector en tevens dagvoorzitter dr. Ing. Hans Hopster opende het SG. Vijf sprekers uit verschillende disciplines presenteerden hun kant van het verhaal en zaten achteraf klaar om gezamenlijk vragen te beantwoorden en met de gehele zaal hierover te discussiëren. De zaal zat vol met studenten, geïnteresseerden uit verschillende werkvelden en andere belangstellenden die zich gretig in de discussie mengden.

Bestrijding

Ing. Dolf Moerkens, beleidsadviseur van waterveiligheid bij de Unie van Waterschappen, vertelde over de rol van de waterschappen in de bestrijding van muskus- en beverratten. Waterschappen zijn volgens de wet verplicht om schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten te voorkomen. Er zijn in totaal 22 waterschappen in Nederland, verenigd in 8 bestrijdingsorganisaties. Samen besteden zij zo’n 34 miljoen euro per jaar aan de bestrijding van muskusratten en ongeveer 1 miljoen euro per jaar aan de beverrat. Het georganiseerd vangen – actief en passief - van muskusratten door heel Nederland werpt zijn vruchten af. Dit is te zien aan de afname van de vangsten en dus ook de afname van de populatie.Volgens Moerkens moeten bestrijders zich houden aan een gedragscode, om bijvangst van beschermde Rode Lijst soorten zoals de otter en de bever te voorkomen.

Lopend onderzoek

Al sinds 1917 is bekend dat de muskusrat schadelijk is voor dijken, zo vertelde dr. ir. Daan Bos van Altenburg & Wymenga. Rond 1970 beperkte de populatie zich tot het zuiden van Nederland, tot enkelen ontsnapten aan de bestrijding en richting het noorden migreerden. Hierdoor verloren de bestrijders hun grip op de snelgroeiende populatie en kon de soort zich verspreiden over het hele land met behulp van de Duitse muskusratten die over de grens kwamen. Momenteel loopt er een groot onderzoek naar de bestrijding van muskusratten, waarin onder andere wordt onderzocht wat het effect is van verschillende bestrijdingsstrategieën, relatie met schade, effect van preventieve maatregelen, en relatie tussen het aantal ingezette uren door bestrijders en de schade. Daaruit komt naar voren dat het gevaar van graverij en economische schade reëel is. Landelijk representatief inzicht in omvang van de schade komt nu beschikbaar.

Bouwen muskusratten

Rick Heeres en Martijn Struijf presenteerden als studenten aan Van Hall Larenstein een deel van hun afstudeeronderzoek naar de muskusrat. Zij vertelden over hun onderzoeksgebied, het waterschap Zuiderzeeland. In hun onderzoeksgebied is 217 kilometer aan oevers onbeschermd, en 87 kilometer is beschermd. Zij hebben in dit gebied 258 schades geteld, veroorzaakt door muskusratten. Door gezenderde muskusratten te volgen vonden zij dat gemiddeld 4 tot 12 bouwen worden gemaakt per muskusrat binnen een leefgebied dat varieert tussen de 250 en 2750 meter. Ook vonden ze dat de muskusrat zich ongeveer evenveel in beschermde als in onbeschermde oevers vestigt.

Graafwerende maatregelen

Als laatste spreker gaf biologe Dr. Femmie Smit van de Dierenbescherming een betoog over het standpunt van de Dierenbescherming ten opzichte van de muskusrattenbestrijding. Het uitgangspunt is gebaseerd op de 3 V’s: Vervanging (geen vangst, preventieve anti-graafmiddelen), Vermindering (minder dieren doden, bijvoorbeeld door alleen in één seizoen te vangen), en Verfijning (als er gedood moet worden, dan zo pijnloos mogelijk). Smit ging in op de nadelen van de huidige vangtechnieken. Zo vertelde zij dat de tijdsduur van het sterfproces van een gevangen muskusrat gemiddeld 6,5 minuut is, en dat dit veel leed meebrengt. Daarnaast veroorzaakt bestrijding ook dierenleed bij niet-doelsoorten (bijvangst). Zij verzoekt de waterschappen om door te gaan met onderzoek naar graafwerende maatregelen, en om antwoord te vinden op de vragen: is stoppen met bestrijding en de inzet van schadepreventie wellicht kostenbesparend? Wat is de populatieverloop als er niet bestreden wordt? En hoeveel kilometer aan watergangen in Nederland is daadwerkelijk kwetsbaar?

(Bron foto: Dierenwelzijnsweb)