Koeienuier, foto: Pixabay

Nieuws

Ook liefde voor dieren maakt blind

Gepubliceerd op
7 oktober 2013

Waarom schaffen mensen dieren aan en waarom kiezen ze daarbij vaak voor dieren waarvan het houden risico’s voor dierenwelzijn en gezondheid met zich meebrengt? Onderzoekers van het Lectoraat Welzijn van Dieren van VHL-Hogeschool zochten antwoorden op deze vragen.

Waarom schaffen mensen risicovolle dieren aan?

In Nederland worden veel dieren aangeschaft die meer dan gemiddeld moeilijk te houden zijn. Dit brengt ongewenste risico’s met zich mee met betrekking tot dierenwelzijn en gezondheid.  Het ministerie van Economische Zaken wil graag meer inzicht krijgen in de beweegredenen van mensen die kiezen voor dergelijke dieren. Het Lectoraat Welzijn van Dieren van Hogeschool Van Hall Larenstein (Leeuwarden) werd in 2012 gevraagd hiernaar onderzoek te doen. Met de informatie uit het onderzoek zou de betreffende groep mensen beter bereikt kunnen worden met voorlichting over risico’s en alternatieven.

Vijf vragen leidend

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van vijf vragen:

  • Vanuit welke motieven, preferenties en functionele waarden komen keuzes voor een
    bepaalde diersoort tot stand?
  • Vanuit welke sociale achtergrond worden de keuzes gemaakt?
  • Welke verkoopkanalen worden gebruikt om de dieren te verkrijgen?
  • Welke welzijnsoriëntatie hebben dierhouders naar het dier toe?
  • Wat zijn effectieve communicatiestrategieën?

Er werd gebruik gemaakt van een internetenquête, interviews met houders van zogenaamde ‘risico-dieren’ en workshops met deskundigen.

Eigengereid

Een interessante uitkomst van het onderzoek is dat eigenaren van dieren zich heel bewust zijn van hun redenen om een dier te houden. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat dieren affectie geven, omdat ze fascinerend zijn of omdat ze structuur bieden in het bestaan. Allemaal behoeften van de houders zelf. Diereigenaren zijn positief over hoe het houden van hun dier uitpakt in de praktijk.

Bekendheid met het dier en positieve waardering van anderen dragen bij aan een positief besluit over aanschaf. De onderzoekers typeren de groep ook als ‘eigengereid’. Ondanks het feit dat ze houders zijn van ‘risicovolle’ dieren zijn ze zich zeer bewust van deze risico’s en ook de daaruit voortvloeiende extra kosten. Desondanks zou 95% van de onderzochte groep een dergelijk dier opnieuw aanschaffen en 75% zou dit ook aan anderen aanbevelen.

Bonding en bridging

In het onderzoek is gebleken dat de groep dierhouders erg moeilijk te bereiken is. De onderzoekers bevelen een cross-mediale aanpak aan met gebruik van internet en TV als middelen om deze groep te bereiken. Verder bevelen de onderzoekers aan om voorlopers die gewenst gedrag vertonen te ondersteunen en te stimuleren. Uitwisseling van ervaringen met de thema’s dierenwelzijn moet gestimuleerd worden via bestaande netwerken zoals rasverenigingen en PVH.  In het rapport wordt hier het begrip ‘bonding’ aan verbonden. De samenwerking tussen rasverenigingen en het LICG, de Raad van Beheer en het Dierenwelzijnsweb moet volgens de onderzoekers versterkt worden. Deze organisaties fungeren als bruggenbouwers. De onderzoekers gebruiken hier de term ‘bridging’ voor.

Aangeboden aan Tweede Kamer

Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden als bijlage bij een beleidsbrief van Sharon Dijksma, staatssecretaris van Economische Zaken. Deze brief gaat ook op meer aspecten van het dierenwelzijnsbeleid in.


(Bron foto: Hogeschool VHL)