Biologische veehouderij

Nieuws

Op naar nog beter dierenwelzijn in de biologische veehouderij

Gepubliceerd op
24 juni 2010

De biologische veehouderij werkt continu aan het verder verduurzamen van de sector. Continue verbeteringen in dierenwelzijn zijn hier een belangrijk onderdeel van.

Nul-meting

In 2007 publiceerde Wageningen UR Livestock Research een rapport waarin wordt beschreven hoe het gesteld is met het dierenwelzijn in de biologische melkvee, varkens- en pluimveehouderij. De conclusie was dat op het vlak van comfort en het kunnen uitvoeren van natuurlijk gedrag de biologische veehouderij vaak beter presteert dan de gangbare. In 2007 zijn ook verbeterpunten geconstateerd. Deze zijn nu opnieuw onder de loep genomen door dezelfde onderzoekers. De biologische schapen- en geitenhouderij zijn hierin nu ook meegenomen.

Monitoring welzijnsprestaties en verbeterplannen

Het structureel bijhouden en monitoren van welzijnsprestaties geeft de biologische veehouderij de mogelijkheid om gericht te werken aan verdere verbetering van dierenwelzijn. Dit kan bijvoorbeeld opgenomen worden in al regelmatig uitgevoerde inspecties op bedrijven. Daarnaast kan met een structurele monitoring ook worden nagegaan of gestelde welzijnsdoelen via de regelgeving bereikt worden. Met de invoering van bedrijfs­behandel- en verbeterplannen op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid kunnen biologische veehouders bewust en gericht verder werken aan betere omstandigheden en management.

Verbeterpunten

Verbeterpunten zijn vaak te herleiden naar huisvesting en robuustheid. Vaak worden nog gangbare rassen ingezet die door een eenzijdige fokkerij niet de juiste lichamelijke eigenschappen hebben om veel te bewegen en optimaal gebruik te maken van de biologische leefomgeving. Ook zijn niet alle rassen in staat om goed om te gaan met de (binnenkort verplichte) volledig biologische rantsoenen, met als gevolg gezondheids- en/of gedrags­problemen. Een gemiddeld hogere infectiedruk onder biologische leefcondities kan bij ziektegevoelige rassen tot gezondheidsproblemen leiden.

In de nieuw opgestelde verbeteragenda is een uitsplitsing gemaakt van aandachts­punten die gelden voor zowel de biologische als de gangbare sectoren, en punten die specifiek van toepassing zijn op de biologische sectoren:

  • Melkvee: praktijkrijp maken van nieuwe concepten als familiekudde en kalveren bij de koe. Voor de biologische sector zijn het zoeken naar alternatieven voor onthoornen en het bestrijden van mastitis en leverbot belangrijke aandachtspunten.
  • Varkens: uitbannen van castratie is een belangrijk punt dat in de hele varkenssector speelt. Voor de biologische sector is het beperken van biggensterfte als gevolg van dood­liggen in het kraamhok een belangrijk onderwerp.
  • Pluimvee: verenpikken is een probleem waarvoor oplossingen voorhanden zijn. Het is voor de (biologische) sector vooral van belang zich nu te richten op het overdragen en benutten van kennis.
  • Melkschapen- en geiten: kijken naar mogelijkheden om lammeren bij de moeder te houden. Ook is het van belang alternatieven te vinden voor export van levende geitenbokjes.

Nieuwe ontwerpen

Het is belangrijk dat nieuwe concepten getest kunnen worden in de biologische praktijk. Voor een aantal sectoren ontwikkelt Wageningen UR Livestock Research nieuwe systemen in nauw overleg met de overheid en de sectoren. Hierbij wordt uitgegaan van de wensen en behoeften van het dier, de ondernemer, de burger en het milieu. Niet alle verbeterpunten vragen meteen een herontwerp, maar kunnen wel meegenomen worden in nieuwe ontwerpen van stallen en buitenruimtes: bijvoorbeeld zitstokken bij vleeskuikens, schuurborstels bij melkvee, varkens en geiten, en klimmogelijkheden voor geiten.



(Foto bron: WUR)