Koeienuier, foto: Pixabay

Nieuws

Over de dijk geholpen voor herstel palingstand

Gepubliceerd op
26 september 2013

Palingen die zich opmaken voor de grote trek vanuit zoet water naar zee, richting de paaigronden tussen Noord- en Zuid-Amerika, stuiten vaak op obstakels zoals gemalen. Sinds vorig jaar helpt de mens hem een handje. Ze worden opgevist en over de dijk gezet.

Volgens RTV Rijnmond, dat een filmpje maakte van het vangen en uitzetten van paling, is het succes van vorig jaar aanleiding geweest om dit jaar op meerdere plekken fuiken uit te zetten. Dit gebeurt op plekken die voor vissen niet of moeilijk passeerbaar zijn, zoals gemalen, dijken, dammen en waterkrachtcentrales. De aftrap dit jaar is gegeven in de Hoekse Waard. Vlak voor de pompen van het gemaal De Eendragt in Nieuwendijk zijn fuiken geplaatst zodat de vissen niet terechtkomen in de pompen van het gemaal.

In een artikel op de website Visserijnieuws.nl is te lezen dat dit jaar op 24 locaties fuiken worden uitgezet om zo volwassen exemplaren voorbij een knelpunt te helpen. Voor dit project spannen beroeps- en sportvissers zich gezamenlijk in. RTV Noord-Holland bericht in haar filmpje dat de vissers hiermee nog drie maanden doorgaan.

Miljoenenvangst

Visserijnieuws.nl meldt dat de fuik bij De Eendragt, na ruim een week te zijn ondergedompeld, is opgehaald met daarin 21 palingen. De visser die onder grote belangstelling van de media de palingen ophaalde, binnenvisser Aart van der Waal, sprak betreffende de vrouwtjes over: ‘‘topmoeders’, elk goed voor één tot vier miljoen eitjes’. In het filmpje wordt de hoop uitgesproken dat de uit de eitjes gekropen aaltjes uiteindelijk weer opduiken in Europa en zo bijdragen aan het herstel van de palingpopulatie.

Een van de aanwezigen bij de aftrap was Alex Koelewijn van Stichting Dupan, een organisatie die zich inzet voor een duurzame palingsector in Nederland. Koelewijn is de mening toegedaan dat paling vrij moet kunnen in- en uitzwemmen. Momenteel, aldus Visserijnieuws.nl, zijn er nog 20.000 knelpunten in Nederland.


(Bron foto: Wageningen UR Livestock Research)