Kippen, foto: Wageningen UR Livestock Research

Nieuws

Praktijkmonitoring bij leghennen en vleeskuikenouderdieren

Gepubliceerd op
8 augustus 2015

In de legsector en vermeerderingssector vindt een brede praktijkmonitoring naar de effecten van niet-snavelbehandelen plaats. De monitoring brengt in kaart of het verbod op snavelbehandelen vanaf 1 september 2018 haalbaar is.

Verbod op behandelen snavels

Vanaf 1 september 2018 wordt het verboden de snavels van vleeskuikenouderdieren en van leghennen en kalkoenen te behandelen. Drie jaar later, in 2021, zal ook het verwijderen van een deel van de achterste teen van hanen niet meer zijn toegestaan. De Stuurgroep Ingrepen, waarin de pluimveesector, de overheid en de Dierenbescherming zijn vertegenwoordigd, werkt al enkele jaren aan het voorbereiden van houderij van pluimvee zonder ingrepen. Voordat het verbod op snavelbehandelen ingaat wordt in juni 2017 het effect van het weglaten van deze ingreep geëvalueerd, zo is overeengekomen met de staatssecretaris van EZ. Deze evaluatie biedt de sector de mogelijkheid te overleggen over de haalbaarheid van het verbod.

Praktijkmonitoring

Wageningen UR Livestock Research heeft in 2014 protocollen opgesteld op basis van literatuuronderzoek en discussies met sectordeskundigen om een brede praktijkmonitoring te starten. In de uitvoering kennen de protocollen drie delen:
1. ‘keukentafel gegevens’, dat wil zeggen gegevens die aan de opfokker of vermeerderaar gevraagd worden, of op de stalkaart of in de computer
staan (deels komen deze ook beschikbaar uit het kipsysteem);
2. metingen in de stal;
3. technische gegevens van het koppel na het afsluiten van een koppel.
Het is de bedoeling dat de sector zelf de koppels gaat monitoren. De uitvoering zal komen te liggen bij erfbetreders, die hiervoor een opleiding krijgen. De eerste erfbetreders zijn reeds getraind in het toepassen van de protocollen.

Monitoring bij vleeskuikenouderdieren

De Stuurgroep Ingrepen heeft de vermeerderingssector verzocht om aan de slag te gaan met de brede praktijkmonitoring naar de effecten van niet-snavelbehandelen en – als deze koppels er zijn – naar de effecten van het weglaten van de behandeling aan de achterste teen. Het doel van de brede praktijkmonitoring is om inzicht te geven in de de effecten van het weglaten van deze behandelingen bij koppels hennen en hanen op het dierenwelzijn en de technische resultaten. Daarnaast helpt een overzicht van succesfactoren om koppels niet-behandelde ouderdieren te houden het management van de opfok- en vermeerderingsbedrijven op de juiste wijze in te richten.

Monitoring bij leghennen

De brede praktijkmonitoring voor leghennen betreft legkoppels èn opfokkoppels. Ideaal gesproken wordt van zoveel mogelijk legkoppels ook de opfok gevolgd. Hoewel in de opfok nog niet veel problemen te verwachten zijn met onbehandelde hennen, wordt in die fase wel de basis gelegd voor de legperiode. Uit onderzoek is bekend dat een opfokkoppel dat geen pikkerij vertoont, dit gedrag in de legperiode ook niet snel zal ontwikkelen, terwijl een koppel dat in de opfok al verenpikt, dit zo goed als zeker ook in de legperiode zal doen. Hoewel de focus ligt op onbehandelde koppels, zullen ook behandelde koppels gemonitord worden, om zo een goede vergelijking te hebben van de effecten van niet-snavelbehandelen.

(Bron foto: Wageningen UR Livestock Research)