COGEM

Nieuws

Tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen

Gepubliceerd op
12 oktober 2015

De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) en de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) hebben bezien of er voldoende juridische basis is voor een zorgvuldige afweging bij tentoonstellingen met of van genetisch gemodificeerde dieren. Zij komen tot de conclusie dat een aanpassing van de regelgeving niet nodig is.

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo's)

Genetisch gemodificeerd organisme (ggo’s) zijn organismen, uitgezonderd de mens, waarvan het genetisch materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is door voortplanting of natuurlijke recombinatie. Het begrip organismen omvat alle micro‐organismen en andere biologische entiteiten met het vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch materiaal. De Rijksoverheid stimuleert onderzoek naar toepassingen van genetisch gemodificeerde organismen, maar ziet er wel op toe dat de veiligheid van mens, dier en milieu niet in gevaar komen. De volgende organisaties beoordelen de risico’s van gg-gewassen voor mens, dier en milieu:

  • Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) controleert veiligheid van gg-gewassen;
  • Commissie Genetische Modificatie (COGEM) doet onderzoek naar risico’s van ggo’s voor het milieu;
  • Instituut voor voedselveiligheid (RIKILT Wageningen UR) onderzoekt effecten van genetische modificatie op gezondheid, milieu en agrarische sector.

Biokunst

De COGEM en de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) zijn, respectievelijk, door het ministerie van Infrastructuur & Milieu en het ministerie van Economische Zaken om advies gevraagd over mogelijke ethische en maatschappelijke aspecten die verbonden zijn aan het tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s). De aanleiding voor het verzoek is een vergunningaanvraag voor een tentoonstelling met zebravisembryo’s die geïnjecteerd zouden worden met genetisch gemodificeerde (gg-) cyanobacteriën (Blauwalgen). Bij de behandeling van deze aanvraag werd duidelijk dat het huidige beoordelingskader geen rekening houdt met (Biokunst) tentoonstellingen. Biokunst is een kunststroming waarbij biologische (levende) materialen worden gebruikt, bewerkt en tentoongesteld. Door voortschrijdend inzicht en technologische vooruitgang zijn er genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) waar veilig mee gewerkt kan worden onder bepaalde omstandigheden. Daarmee wordt de techniek toegankelijk voor een bredere doelgroep zoals kunstenaars en educatieve instellingen. Over de wenselijkheid en toelaatbaarheid hiervan bestaan verschillende opvattingen bij overheid, risicobeoordelaars, kunstenaars en burgers.

Advies: geen extra regelgeving

De RDA en de COGEM komen tot de conclusie dat een aanpassing van de regelgeving, specifiek voor het tentoonstellen van ggo’s, inclusief gg-dieren, niet nodig is. Ze benoemen hiervoor de volgende redenen:

  • Het huidige wettelijke kader (zoals neergelegd in de Wet Dieren en de Wet op de dierproeven (Wod) biedt voldoende mogelijkheden voor een zorgvuldige afweging en beoordeling van de zorgen die men kan hebben over biokunst waarbij genetisch gemodificeerde dieren of dierlijke embryo’s worden gebruikt;
  • (Aanpassing van) regelgeving is alleen op zijn plaats als er publieke waarden in het geding zijn. Voor zover dit het geval is, bijvoorbeeld volksgezondheid, milieu of dierenwelzijn, is dit al in wetgeving geformuleerd. In gevallen waar het niet gaat om publieke waarden is er in Nederland een traditie om als overheid met regelgeving terughoudend te zijn;
  • Er ook op andere vlakken buiten de biokunst mens-dier interacties bestaan waarvoor de mens morele verplichtingen heeft ten aanzien van het dier, maar die ook niet in wetgeving zijn (of behoeven te worden) gedefinieerd. Aanpassing van de regelgeving zou daarmee ook van invloed zijn op andere mens-dier interacties, terwijl het ontbreken van regelgeving in andere situaties als niet problematisch wordt ervaren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om training, extra verzorging, etc.

De staatssecretarissen van Infrastructuur & Milieu en van Economische Zaken onderschrijven de conclusies van de COGEM en de RDA.

(Bron foto: COGEM)