Russel en Burch, foto: Frame

Nieuws

Verschillende visies op 3 V’s in Nederland

Gepubliceerd op
5 september 2013

De laatste nieuwsbrief van het Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven (NKCA) bevat de laatste nieuwtjes over de Vervanging, Vermindering en Verfijning van dierproeven. Een aantal prominenten in en om de proefdierwereld delen hun visie.

Vermijding als vierde V?

De laatste maandelijkse nieuwsbrief van het Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven (NKCA) is gewijd aan veelbelovende nieuwe ontwikkelingen op het terrein van Vermindering, Vervanging en Verfijning (3V's) van dierproeven. In interviews komt een aantal toonaangevende spelers in en om het proefdierveld aan het woord. De eerste Nederlandse, inmiddels emeritus, hoogleraar proefdierkunde, Bert van Zutphen blikt in zijn interview terug op de ontwikkelingen sinds de invoering van de Wet op de Dierproeven (Wod) in 1977. De oud-hoogleraar pleit voor een vierde ‘V’, de V van Vermijding. Hij stelt dat als ‘bijproduct’ van veel biomedisch onderzoek biotechnologische technieken worden ontwikkeld die het mogelijk maken het gebruik van proefdieren te omzeilen.

Beter literatuuronderzoek

Hoogleraar proefdierkunde en afdelingshoofd van het Centraal Dierenlaboratorium van het UMC St Radboud in Nijmegen, professor Merel Ritskens Hoitinga noemt beter literatuuronderzoek noodzakelijk om bij te dragen aan vermindering van het proefdiergebruik. Wanneer data van dierproeven beter gedeeld en benut worden kunnen overbodige herhalingen van experimenten vermeden worden. Een betere methode van literatuuronderzoek, de zogenaamde systematic review, moet hier aan bijdragen. Bij deze methode wordt de beschikbare literatuur systematisch beoordeeld op kwaliteit en relevantie. De data uit deze onderzoeken worden vervolgens onderworpen aan een meta-analyse.

Positief effect publiceren negatieve resultaten

Wetenschappelijke tijdschriften zijn terughoudend om onderzoek te publiceren waarbij geen duidelijke resultaten zijn geboekt. Dit betekent dat de afwezigheid van een effect van een behaalde behandeling niet bekend wordt gemaakt. Het bekend maken, dat wil zeggen publiceren, van negatieve resultaten voorkomt dat bepaalde proeven met dieren nodeloos worden gedaan.  Henk Smid van ZonMw vertelt in een interview dat binnen het programma ‘Meer kennis met minder dieren’ van de organisatie het publiceren van ‘negatieve’ resultaten gestimuleerd wordt.
Een andere door ZonMw gestimuleerde ontwikkeling wordt in het interview ook belicht. Het gebruik van zogenaamde flowkamers kan het gebruik van proefdieren voor bloedstollingsonderzoek helpen verminderen. In een flowkamer wordt bloed geleid over een oppervlak waaraan diverse soorten biologische moleculen, zoals collageen, kunnen worden gehecht. Zo kan bijvoorbeeld de bloedstolling worden beïnvloed en geanalyseerd. Vergelijking met resultaten van dierproeven laat zien dat de resultaten bij het gebruik van deze methode waardevol zijn. De methode kan veel proefdieren onderzoek met veel ongerief besparen.

Diermodellen ouderwets

Marja Zuidgeest van Proefdiervrij is van mening dat het gebruik van proefdieren in de wetenschap op een dood spoor zit. Bij veel wetenschappelijke vraagstukken wordt vrij automatisch gedacht aan het gebruik van diermodellen om tot een oplossing te komen. Volgens Zuidgeest moet niet het diermodel uitgangspunt zijn maar de wetenschappelijke vraag. Daarbij moeten bruikbare onderzoeksmodellen gezocht worden. Dit zijn niet automatisch diermodellen. Proefdiervrij werkt mee aan het programma ‘Meer kennis met minder dieren’ van ZonMW.

In de nieuwsbrief van de NCKA zijn meer interessante interviews over het thema te vinden met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en Dierenbescherming. 

Ga naar homepage Dierenwelzijnsweb

(Bron foto: Frame)