Blogpost

Visie

Gepubliceerd op
4 september 2012

Het CDA moet ook wat. Om te beginnen meer stemmen. De afgelopen jaren is de partij steeds meer aanhang kwijt geraakt. Ook in sectoren, zoals de agrarische, waar de partij traditioneel veel aanhang had.

Wellicht als onderdeel van een groter plan om de aanhang vanuit deze sector weer te vergroten schreven afgelopen zaterdag twee CDA vertegenwoordigers een ingezonden stuk in het dagblad ‘Trouw’.  "Regel welzijn van dieren Europees" was de stoere titel van het stuk. Klinkt doortastend maar dit uitgangspunt was al te lezen in het regeerakkoord uit 2010. Niets nieuws onder de zon dus, maar erger is het dat deze opstelling vooral leidt tot weinig of niets oftewel lucht en leegte.  In de toelichting op de stellingname boven het stuk wordt namelijk gesteld dat het voor succesvol dierenwelzijnsbeleid erg belangrijk is dat het zogenaamde speelveld in Europa gelijk is. Zeker wanneer hierbij de term ‘level playing field’ wordt gebezigd klinkt dat goed.  Bedoeld wordt echter dat maatregelen ter verbetering van dierenwelzijn Europees moeten worden vastgesteld en dit vergt enige overeenstemming tussen de lidstaten. Meestal werkt dat vertragend zeker nu er nog een paar vuiltjes in Europa zijn weg te werken.

Daarbij zijn er rondom het Europese dierenwelzijnsbeleid (dat bestaat ook) zinsneden te lezen over hoe belangrijk het is om ook op wereldschaal een gelijk speelveld na te streven. Dat schiet natuurlijk niet erg op. Maar stel je dan ook eens voor dat onze Europese eieren te duur zouden worden omdat we een paar welzijnsregels vaststellen. Je moet toch niet denken aan die stortvloed van goedkope Chinese en Braziliaanse eieren die dan onze markt gaan overspoelen.Dit spookbeeld wordt ons voorgehouden en hoewel niet nieuw snijdt het natuurlijk wel hout.  Voor hun kiloknallersassortiment kunnen supermarkten inderdaad kiezen voor zo goedkoop mogelijke toeleveranciers. Ze kunnen echter ook een andere keuze maken. De consument betaalt nog niet zo graag extra voor meer dierenwelzijn maar vindt het wel belangrijk. Het is niet onmogelijk dat consumenten in de toekomst  dierenwelzijn op dezelfde manier gaan beschouwen als voedselveiligheid, vanzelfsprekend maar niet iets om een zichtbare prijstoeslag te rechtvaardigen.  Hier zullen supermarkten op inspelen. En eigenlijk hebben ze dat al aangekondigd.

Dan dreigt er een ander gevaar uit het boze buitenland. Grond en arbeid en mogelijk ook lokaal verbouwd voer zijn daar vaak veel lager geprijsde productiemiddelen. Dit zijn juist factoren die kostprijsverhogend kunnen werken bij diervriendelijke vormen van veehouderij. Combineren we het een en ander dan zien we een scenario waarbij diervriendelijke producten uit het buitenland, geproduceerd volgens 1,2,3, sterren voorschriften, voor een bijna kiloknallersprijs in de winkel komen te liggen. Daar ga je dan met je wereldbevolkingvoedende intensieve productiesystemen. Nederland loopt nu nog redelijk vooraan met innovatieve welzijnsvriendelijke productiesystemen. Die kennis en ervaring zou moeten en kunnen bijdragen aan verdere vernieuwing in de veehouderijsectoren. Het gangbare houderij kunstje kennen ze in het buitenland ook al wel. Ietsjes meer visie op dit vlak zou een van oudsher in de agrarische sector gewortelde partij niet misstaan. Waarschijnlijk is die ook nog wel te vinden in de partijgeledingen. Misschien lezen we er de komende tijd nog van.