varkens, foto: Pixabay

Nieuws

Vragen bij morele aanvaardbaarheid diervriendelijke veehouderij

Gepubliceerd op
29 juni 2011

Er lijkt een tegenstrijdigheid te zitten in het breed aanvaarde ideaal van diervriendelijke veehouderij, zo stelt ethicus Tatjana Visak in haar proefschrift waarmee ze eind mei promoveerde aan de Universiteit van Utrecht.

Tegenstrijdigheid

Er zijn allerlei maatschappelijke bewegingen en initiatieven die streven naar diervriendelijke veehouderij, en dat vindt ook zijn weerklank in de politiek. Het realiseren van diervriendelijke veehouderij wordt voorgesteld als een moreel ideaal. Het achterliggende idee is dat wij niet zomaar alles met dieren mogen doen, en dat wij ons moeten bekommeren om het welzijn van dieren. Zo dient onnodig leed te worden voorkomen in onze omgang met dieren. Maar er zit een spanning in dit breed gedragen morele ideaal. De diervriendelijke veehouderij is nog steeds een vorm van veehouderij, en dit houdt dus in dat dieren massaal en routinematig worden gedood om gebruik te maken van hun producten. De redenen voor dit routinematig doden: smaaksensatie of gemak. Het gebruik van dierlijke producten is - in ieder geval in onze streken - niet nodig om gezond te leven. Visak stelt daarom de vraag: is diervriendelijke veehouderij moreel aanvaardbaar?

Utilisme

Visak heeft nader onderzocht of het zogenaamde utilisme het ideaal van diervriendelijke veehouderij kan onderbouwen. Utilisme is een uitgangspunt of overtuiging waarbij voor- en nadelen van elke handeling worden afgewogen. Hiermee wordt een oplossing nagestreefd die het meeste voordeel biedt voor de meeste partijen (mensen en/of dieren). Een kleine hoeveelheid ongerief van een dier weegt in deze overtuiging op tegen veel voordeel voor de mens. Het houden van dieren ten behoeve van de mens is uit dit oogpunt wel mogelijk en acceptabel, mits het dierenwelzijn niet al te zeer wordt geschaad en er duidelijke voordelen zijn voor de mens.

Dieren vervangbaar

Peter Singer, de wereldberoemde utilist en dierethicus, accepteert een versie van het utilisme die inhoudt dat een dier in principe pijnloos gedood mag worden. Als het gedode dier vervolgens vervangen wordt door een ander dier dat anders niet zou hebben bestaan en dat net zo veel welzijn ervaart als de toekomst van het gedode dier zou hebben bevat, dan tast het doden van het dier de totale hoeveelheid welzijn niet aan. En daar is het de utilist om te doen. Een alternatieve versie van het utilisme accepteert niet dat dieren vervangbaar zijn, en biedt dan ook geen rechtvaardiging voor praktijken als de zogenaamd diervriendelijke veehouderij.

Stilstaan bij het doden van dieren

Het utilisme bekommert zich dus niet noodzakelijkerwijs alleen om het voorkomen van onnodig leed, maar het heeft wel degelijk ook iets in te brengen tegen het doden van dieren. Dit is relevant voor zogenaamd diervriendelijke vormen van veehouderij en voor andere praktijken van diergebruik. Visak wil mensen die opkomen voor dieren uitdagen om erbij stil te staan in hoeverre je het welzijn van een dier aantast wanneer je het (pijnloos) doodt. Je ontneemt het dier immers al het welzijn dat het anders gehad zou kunnen hebben.



(Bron foto: Wageningen World)