Blogpost

Wat de burger eet …

Gepubliceerd op
20 december 2016

Het is wonderbaarlijk hoeveel kinderen uit de grote stad niet weten dat een kuiken uit een ei komt, hoe groot een koe is of dat het worstje in hun hand ooit een levend dier was.

Daarom laat men op kinderboerderijen de levenscyclus zien van de dieren, en het mooiste van deze natuureducatie is natuurlijk jong leven. Als ouders vinden we het heel normaal om daar naar de biggetjes te gaan kijken. Het is echter vreemd om te zien hoe krampachtig we omgaan met de volgende stap. Kleine diertjes worden nu eenmaal groot en bij geboorte hoort ook de dood. Maar met Peppie en Kokkie op de kinderboerderij ligt het anders. Die kijken zo lief en schattig! Wanneer vervolgens besloten wordt de varkens te slachten en als vlees te verkopen aan de bezoekers dan worden er raadsvragen gesteld. Maar juist hier zou voedseleducatie een logisch vervolg op natuureducatie moeten zijn. Immers, een varken wordt geboren, groeit en dan gaat het naar de slacht. Zo gebeurt dat met miljoenen varkens in Nederland. Waarin zou een varken van een kinderboerderij daarin verschillen? All pigs are equal?

Het mooie van de dieren op de kinderboerderijen is dat ze zonder twijfel een goede kwaliteit van leven hebben. Hun welzijn is goed met vrije uitloop, afwisselend eten en goed geschoolde medewerkers met veel tijd om te zorgen. Daarbij is het in Nederland algemeen geaccepteerd dat er vlees gegeten wordt en zijn ook niet alle bezoekers vegetariër. Het is dan ook onlogisch en niet verantwoord om de stadse jeugd de juiste educatie op dit gebied te onthouden. Het zou zelfs hypocriet zijn om te ontkennen dat de meeste varkens uiteindelijk naar de slacht gaan en de stadse jeugd is niet zo teer dat ze daar niet tegen zou kunnen. Om een bekende veehouder te citeren: “Wat de boer niet kent, dat eet hij niet en wat de burger eet dat kent hij niet.” Worstjes groeien immers niet in een verpakking.