Bron: Nieuwsbericht Ministerie EZ, 17-09-2012

Dossier

Mosselinnovatie

Het Nederlands visserijbeleid richt zich op verduurzaming van de visserijsector. De overheid, de visserijsector en de Europese Unie (EU) proberen samen nieuwe vismethodes te ontwikkelen. Deze vismethoden dragen bij aan duurzame exploitatie van de visbestanden. Ook zijn ze goed voor de economie. Zoals de invang van mosselzaad los van de bodem met mosselzaadinvanginstallaties.

Inleiding

mosselzaad.jpg

Eind 2008 is tussen de Minister van LNV, de mosselsector en de betrokken natuurorganisaties het Convenant Transitie Mosselsector en Natuurherstel Waddenzee gesloten. De kern van het convenant vormt de overgang van de traditionele bodemvisserij op mosselzaad naar andere technieken.

Het vigerende alternatief vormen mosselzaad-invanginstallaties, zoals momenteel geplaatst in de Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta. In het convenant is afgesproken dat voor de toekomst er ook naar andere technieken of andere locaties gekeken zal worden. Dit omdat de grootschalige oppervlakten van MZI’s in Oosterschelde en Waddenzee ook hun nadelen hebben (inbreuk op landschap en ruimte voor overige gebruikers), dan wel kunnen hebben (invloed op draagkracht).

De kennisvraag heeft tot doel na te gaan of er wereldwijd zodanig perspectiefrijke experimenten met invang dan wel kweek van mosselen in het open zee milieu plaatsvinden, dan wel dat er reeds volledig commercieel draaiende mosselculturen op open zee bestaan, dat hiervan gebruik kan worden gemaakt voor de innovatie van de Nederlandse mosselsector. ‘Perspectiefrijk’ betekent dat er concreet uitzicht is op technisch realiseerbare en economisch haalbare opties. Een maatstaf hiervoor is dat er uitzicht is op praktische toepassing op een termijn van 5 jaar of minder.

Onderzoeksrapporten

Wetgeving en beleid

Artikelen


- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Laatste wijziging aan dit dossier:

26 maart 2015

Foto: Nieuwsbericht Ministerie EZ, 17-09-2012