Hond. Bron: Dierenwelzijnsweb

Dossier

Welzijn honden

De hond wordt gezien als gezinslid. Een op de vijf Nederlandse huishoudens is in bezit van een of meerdere honden.

Inleiding

Gemiddeld zijn er in huishoudens die honden houden, 1,3 honden aanwezig. In totaal zijn er ongeveer 1,8 miljoen honden in Nederland (TNS-NIPO). Dit aantal is de laatste jaren ongewijzigd. Bijna 70% van de huishoudens geeft aan een rashond te bezitten. Naar schatting is bijna de helft (47%) van alle honden in Nederland een rashond, waarvan 62% een stamboom heeft. Veel voorkomende rassen zijn Golden en Labrador Retriever, Duitse Herder, Berner Sennenhond, Staffordshire terrier en de Engelse Bulldog. Honden worden naast gezelschapsdier in 5% van de gevallen ook gehouden als hulphond, bewaking, hoeden, jacht en ongediertebestrijding, sledetrekken en entertainment.

In dit dossier worden de belangrijkste welzijnsproblemen bij honden besproken. Welzijnsproblemen bij honden hangen grotendeels samen met erfelijke aandoeningen en te ver doorgevoerde raskenmerken, overgewicht, gebrek aan beweging, ondeskundige trainingsmethoden en gebruik hulpmiddelen, onvoldoende socialisatie, en sociale isolatie en verveling.

Zie het Welfare Quality dossier voor meer informatie over het meten van welzijn aan de hand van dierkenmerken.

Erfelijke aandoeningen

Erfelijke aandoeningen en te ver doorgevoerde raskenmerken veroorzaken langdurige en ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen. Registratie van erfelijke afwijkingen en de implementatie van rasspecifieke instructies voor exterieur keurmeesters zijn de eerste stappen voor een oplossing. Aangepast fokbeleid kan op termijn de problemen verkleinen. Hoe groot de problemen zijn wordt geillustreerd aan de hand van de documentaire 'Einde van de rashond':

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Gebrekkige socialisatie

Socialiseren honden

Honden zijn sociale (groeps)dieren, die gezelschap nodig hebben. Voor plezierig samenleven met mensen, honden en andere diersoorten moeten honden ‘gesocialiseerd’ zijn. Een hond heeft 2 socialisatieperiodes. De eerste tussen de 3 en 12 weken en de tweede tussen de 12 weken tot aan de puberteit. De fokker en de eigenaar zijn dus beide verantwoordelijk voor een goede socialisatie, welke de hond in staat stelt op een constructieve en plezierige manier met zijn soort- en huisgenoten om te gaan. Wanneer een hond onvoldoende is gesocialiseerd kan dit leiden tot onder andere agressie naar huis- en soortgenoten en ander soort probleemgedrag.

Ondeskundig hanteren

Probleemgedrag bij hanteren kan voortkomen uit traumatische ervaringen, onvoldoende socialisatie, verstoorde hiërarchische verhoudingen, erfelijke aanleg, leerervaringen en verveling. Als de oorzaak van het probleemgedrag niet aangepakt wordt, maar de hond wel gestraft wordt, leidt dit tot meer ongerief voor de hond. Ondeskundige begeleiding van eigenaren met probleemhonden kan tot een onjuiste diagnose leiden, met een niet succesvolle behandeling tot gevolg. Het ongerief kan door overmatig of verkeerd straffen vergroot worden. Een ander aandachtspunt is het ‘vermenselijken’ van honden door de eigenaar, met soms knellende kledingstukken en/of te veel snoepen en te weinig beweging als bronnen van ongerief tot gevolg.

Sociale isolatie/verveling

Hond met verlatingsangst

Voor een sociaal dier als de hond is contact met soortgenoten en (indien goed gesocialiseerd) de mens een essentiële behoefte. Honden kunnen vanwege een diversiteit aan oorzaken ongewenst gedrag gaan vertonen als ze te lang alleen gelaten worden, of te weinig beweging en uitdagingen krijgen. Hier kunnen ongewenste gedragingen of zelfs pathologisch gedrag uit voortkomen, zoals overmatig aandacht vragen, waken of blaffen, overmatige angst, vernielingen aanrichten, onzindelijkheid, of stereotiep en/of automutilatief gedrag. Het langdurig opsluiten in een kennel of bench ter voorkoming van vernieling, kan ook leiden tot gedragsproblemen en ongerief.

Gebrek aan beweging

puppy_beweging.jpg

Hoeveel beweging de hond nodig heeft, is afhankelijk van ras, leeftijd, bouw en gezondheid. Te weinig beweging kan leiden tot gezondheidsproblemen als obesitas, hartaandoeningen, bot- en gewrichtsletsel en een langzamer herstel na ziekte, maar ook leiden tot gedragsproblemen.

Overgewicht (obesitas)

Naar schatting 50% van de honden is te dik en 25% heeft ernstig overgewicht. Het komt vooral voor bij oudere honden en gesteriliseerde/ gecastreerde honden, omdat de stofwisseling bij deze dieren verlaagd is en ze doorgaans wat minder actief zijn. Obesitas vormt in de hondenpopulaties een ernstig gezondheidsprobleem. Te veel voeren, tussendoortjes en te weinig beweging veroorzaken overgewicht. De meeste commercieel beschikbare voeders zijn optimaal afgestemd op de voedingsbehoefte van honden. Aanvullingen zijn dan ook niet nodig en hebben vaak een negatief effect. Zo kan de toevoeging van calcium tot blaasstenen en botafwijkingen lijden.

Laatste wijziging aan dit dossier:

22 september 2015


Bron introfoto: Dierenwelzijnsweb