stieren, foto Pixabay

Nieuws

40% minder koeien en varkens in 2030

Gepubliceerd op
14 september 2017

Als het aan milieuorganisatie Natuur & Milieu ligt, telt Nederland in 2030 zo'n 40% minder koeien en varkens dan nu. Die reductie van de veestapel is nodig om de voedselsector gezond te maken en klimaatdoelstellingen te halen, zo is te lezen in de onlangs verschenen Voedselvisie.

'Het Nederlandse voedselsysteem bereikt zijn grenzen', zo begint de Voedselvisie die milieuorganisatie Natuur & Milieu op 12 september presenteerde. De Nederlandse landbouwsector loopt weliswaar voorop in efficiëntie, maar de grootschaligheid heeft ook geleid tot forse problemen op het gebied van van klimaat, milieu, natuur, dierenwelzijn en economie. Zo is de voedselsector verantwoordelijk voor 25% van alle CO2-uitstoot in Nederland.

Wil Nederland voldoen aan de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs, dan moet die CO2-uitstoot met 47% omlaag. Ook kampt Nederland met te veel mest. En de financiële situatie van veel boeren is slecht: 45% van de Nederlandse varkenshouders leeft onder de armoedegrens, zo is te lezen in het rapport. Omdat ze geen eerlijke prijzen krijgen voor hun producten, kunnen ze niet investeren in druuzaamheidsmaatregelen. Het moet daarom anders.

Minder vee

De milieuorganisatie stelt dat het aantal dieren gereduceerd moet worden omdat de dierlijke productie veel broeikasgassen uitstoot. Om 48% minder CO2 uit te stoten moet het aantal dieren melkvee terug van 1,7 miljoen naar 1 miljoen en het aantal vleesvarkens van 5,7 miljoen naar 3,4 miljoen. Dat betekent een reductie van zo'n 40% koeien en varkens. Ook het aantal kippen moet verminderen. Van 49,2 miljoen vleeskuikens nu naar 39 miljoen in 2030 en het aantal leghennen moet terug van 36,5 miljoen naar 30 miljoen, een reductie van zo'n 20%.

Door de afname van de dierlijke productie is er meer ruimte voor akkerbouw, tuinbouw of nieuwe teelten zoals agroforestry of notenteelt aldus Natuur & Milieu. Ook zou 200.000 hectare grasland ingericht kunnen worden als bloemrijk grasland geschikt voor weidevogels. De nadruk komt meer te liggen op kwaliteit en minder op bulkproductie. En de landbouw wordt zoveel mogelijk circulair.

Bedrijfsbeëindiging

Die reductie van de veestapel is voor een deel te realiseren via bedrijfsbeëindiging. Naar verwachting zal een derde van de boeren de komende jaren stoppen. De overheid zou hun dierrechten kunnen opkopen. Daarnaast speelt de consument een belangrijke rol in de realisatie van een duurzame landbouw via een andere beprijzing of 'True Price'. Voedsel met een lage milieu-impact, zoals groenten van het land zijn daarbij goedkoper dan voedsel met een hogere milieu-impact zoals vlees.

De milieuorganisatie heeft CLM Onderzoek & Advies gevraagd een review te schrijven op de visie. In deze quick scan gaat de onderzoeksinstelling in op een aantal vragen zoals: Wat zijn de effecten van de visie op de broeikasemissie? Wat zijn de economische effecten? En wat zijn de effecten op de werkgelegenheid?

Weerstand

CLM bevestigt dat de plannen de broeikasemissie terugbrengen en dat het mestprobleem wordt opgelost. En de maatschappelijke kosten van de plannen liggen in dezelfde ordegrootte als de maatschappelijke opbrengsten. Maar er gaan ook arbeidsplaatsen verloren. De binnenlandse agrarische productie zorgt voor een werkgelegenheid van zo’n 430.000 arbeidsjaren. Er gaan circa 54.000 voltijds arbeidsplaatsen verloren, denkt CLM, maar daartegenover staat ook de realisatie van16.000 nieuwe arbeidsplaatsen. En door bedrijfsbeëindiging zal het aantal arbeidsjaren in 2030 sowieso met 18.000 zijn afgenomen.

CLM denkt dat het beperken van de omvang van de veestapel is technisch en operationeel uitvoerbaar is, maar dat het grote gevolgen zal hebben voor veel veehouders en daardoor op veel weerstand zal stuiten. CLM wijst er op dat bij de vermindering  van de broeikasgasemissie ook de bodem een belangrijke rol kan spelen. Dat laatste aspect is in de Voedselvisie wel benoemd maar kwantitatief niet uitgewerkt.

(Bron foto: Pixabay)