Knotwilgen, bron: doelbeelden

Nieuws

Agrarisch natuurbeheer in een cooperatie

Gepubliceerd op
3 maart 2016

In een cooperatie pachten 25 agrariers 100 hectare grond van de provincie Zuid-Holland om het te beheren als natuurterrein. De aanpak lijkt te werken.

De Natuur Coöperatie Krimpenerwaard (NCK) pacht sinds februari 2013 ruim 100 hectare grond in delen van de polders Kattendijksblok te Gouderak en de Nesse te Ouderkerk aan den IJssel. De 25 agrariërs die deel uitmaken van de coöperatie, voeren zo het beheer over een gevarieerd landschap: open veenweidepolders met overwegend graslandtypen en lokaal houtopstanden langs ontsluitingslinten en houtkades. Ze richten zich op weidevogelbeheer, botanisch beheer en beheer van moeras- en rietland. De coöperatie pacht dit land van Bureau Beheer Landbouwgronden BBL.

Pilot

In dezelfde regio verpacht Zuid-Hollands Landschap (ZHL) als terreinbeherende organisatie 50 hectare aan boeren. Beide organisaties worden begeleid door dezelfde externe deskundige. In een pilot van zes jaar vergelijken onderzoekers van Alterra de aanpak van de natuurcoöperatie met de aanpak van ZHL.Bereiken ze de gestelde natuurdoelen? Hoe verloopt de samenwerking? Werkt de organisatievorm? Waar liggen verschillen? Onlangs verscheen het rapport 'Laat het ons nou doen!', een verslag van een tussentijdse evaluatie.

Beide organisaties doen het goed, als het om beheer gaat. De natuurdoelen worden bereikt, zo is te lezen in het rapport. Maar de Natuurcoöperatie zet meer dan het Zuid-Hollands Landschap in op gezamenlijkheid en uitwisseling tussen pachters en overige leden, en begeleidt de pachters intensiever. ZHL heeft hiervan geleerd en gaat meer met de pachters samenwerken.

Toekomst

Er ligt nog wel een probleem voor de toekomst. De natuurcoöperatie pacht de grond, die binnen het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen de EHS) ligt via BBL van de provincie Zuid-Holland. Het beleid is er nu op gericht dat de provincie die grond moet verkopen. Dat betekent dat de coöperatie niet meer kan pachten van de provincie. Samenwerking met de provincie is daarom zinvol om daar een oplossing voor te zoeken. De NCK heeft haar bestaansrecht als bottom-upinitiatief vanuit het gebied, en als innovatieve organisatievorm wel bewezen, zo schrijft het rapport.

Omdat de NCK bij de aanvang nog niet sterk naar buiten trad, heeft Stacey Dutry van Haeften, studente van Inholland in haar stageverslag 'Van begin naar communicatieplan' een aanpak beschreven. Meer informatie over de coöperatie vind je op hun website.

(Bron foto: Doelbeelden)