Bron: Thinkstock

Nieuws

Bedrijfsstrategie boerenbedrijf ook vrouwenzaak

Gepubliceerd op
6 december 2014

Ruim 70% van de vrouwen op agrarische bedrijven is betrokken bij de strategische bedrijfsvoering en 44% werkt buitenshuis. In de jaren tachtig was dit respectievelijk 40% à 50% en 5%.

In het rapport Vrouwen op agrarische bedrijven: actief en betrokken is ook te lezen dat zo’n 60% van de vrouwen meer dan tien uur agrarische activiteiten op het bedrijf verricht en dat ze de taakverdeling binnenshuis niet ideaal vinden. De mannelijke partners verrichten al wel duidelijk meer werk binnenshuis (huishoudelijk en kinderverzorging) dan in de jaren tachtig.

Jaar van het agrarisch gezin

Aanleiding voor het onderzoek, onderliggend aan het rapport, is dat de Verenigde Naties 2014 hebben uitgeroepen tot het jaar van het agrarisch gezinsbedrijf. Daarop is in opdracht van LTO Noord onderzoek verricht naar de positie van de vrouw op zulke gezinsbedrijven. LEI Wageningen UR en Hogeschool Windesheim hebben vervolgens vanuit het ministerie van Economische Zaken deze positie onderzocht in het licht van besluitvorming, taakverdeling, knelpunten en tevredenheid.

Opvolging niet vanzelfsprekend

Mede uit voornoemd onderzoek blijkt dat het agrarisch gezinsbedrijf aan het veranderen is: 'Aan de bedrijfskant ontstaan steeds meer verschillende bedrijfsvormen door schaalvergroting, specialisatie of multifunctionele activiteiten. [...] Maar ook aan de kant van het gezin zijn er trends zichtbaar. Hoewel nog steeds de meeste bedrijven in familieverband worden overgenomen, is het minder vanzelfsprekend geworden'.

Een van de conclusies uit het onderzoek is dat dit onder meer komt doordat kinderen meer mogelijkheden hebben buiten de sector en overname een grote financiële last (en dus verantwoordelijkheid) met zich meebrengt. 'De opvolger moet dan wel de benodigde capaciteiten bezitten en echt gedreven zijn om boer of tuinder te worden.'

Beloning via maatschap

Terugkomend op vrouwen: ook voor hen geldt dat het geen automatisme meer is dat de eigen carrière wordt opgegeven om mee te gaan werken in het bedrijf. De positie van de vrouw is anders, wordt gesteld. Naast voornoemde veranderingen ten opzichte van de jaren ’80 is dat steeds meer ondernemingsvormen een samenwerkingsverband behelzen en zijn ingericht als maatschap op vennootschap onder firma (vof).

'Vooral op bedrijven waarvan de vrouw meer dan 10 uur per week werkzaam is op het agrarisch bedrijf komen maatschappen veel voor. Deze ondernemingsvorm maakt de inbreng en beloning van de vrouw en overige gezinsleden die actief zijn binnen het bedrijf juridisch goed mogelijk.' In de jaren tachtig was meer dan 80% georganiseerd als eenmansbedrijf. Inmiddels is 57% van de agrarische bedrijven georganiseerd als maatschap of vof.

Zie eventueel ook het nieuwsbericht van het LEI zelf: Bijna helft vrouwen van agrarische bedrijven werkt buitenshuis.


(Bron foto: Thinkstock)