rioolwater, foto Shutterstock

Nieuws

Betere meting van bestrijdingsmiddelen in water mogelijk

Gepubliceerd op
14 december 2016

Op emissiekaarten van EmissieRegistratie vind je per regio gegevens over de emissie van 350 verontreinigende stoffen. Maar de kaarten lijken niet te kloppen met de werkelijkheid. Door gebruik te maken van nieuwe datasets zou een verfijning van die kaarten mogelijk zijn.

In het Nederlandse oppervlaktewater worden regelmatig restanten van bestrijdingsmiddelen aangetroffen die in de land- en tuinbouw gebruikt worden. In het project EmissieRegistratie, waarin veel organisaties samenwerken, worden jaarlijks cijfers verzameld over de uitstoot of emissie van zo'n 350 verontreinigende stoffen. Doel van die montioring is inzicht te geven in verontreinigingen van het oppervlaktewater. Leveren vervuilende stoffen gevaar op voor het ecosysteem? Die gegevens, die vrij toegankelijk zijn, kun je als kaart, grafiek of tabel raadplegen op de website van het project.

Emissiekaarten

Maar de emissiekaarten voor specifieke middelen blijken niet te kloppen met de werkelijkheid. Ze stroken niet met de afzet van middelen, zo is te lezen in het onderzoeksrapport van Wageningen Environmental Research. Bovendien geven waterschappen aan dat de emissiekaart voor hun gebied niet strookt met de stoffen die zij in het oppervlaktewater aantreffen. Daarom keken onderzoekers van Wageningen Environmental Research (Alterra) naar mogelijkheden om de huidige emissiekaarten te verfijnen. Het onderzoeksrapport 'Regionalisatie van gegevens over het landelijk gebruik van Gewasbeschermingsmiddelen' laat zien dat er perspectieven zijn voor de ontwikkeling van betere kaarten.

Datasets

De resultaten die door het project EmissieRegistratie worden geleverd, zijn gebaseerd op het landelijke gemiddelde gebruik van middelen en op berekeningen met de Nationale Milieu Indicator/NMI 3. Maar er zijn meer gegevens die je zou kunnen gebruiken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt ook gegevens over gebruik van bestrijdingsmiddelen. De onderzoekers keken welke mogelijkheden de datasets van het CBS bieden. Die datasets bevatten informatie over zo'n twee- tot drieduizend stof-gewascombinaties. Helaas waren er voor veel stoffen te weinig gegevens beschikbaar, schrijven de onderzoekers, maar voor sommige stoffen konden ze berekeningen uitvoeren.

Verfijnen

Aan de hand van die verkennende berekeningen concluderen de onderzoekers dat er perspectief is om voor een aantal middelen de emissiekaarten te verfijnen met een regionale component. Daarvoor is wel intensieve samenwerking nodig tussen EmissieRegistratie, het CBS en de ontwikkelaars van modellen. De onderzoekers besluiten het rapport met een aantal aanbevelingen. Zo adviseren ze in de toekomst andere regionale eenheden te gebruiken als kaarteenheid. De huidige formats leveren een schijnnauwkeurigheid.

Drempelwaarden

Dat de metingen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater nauwkeuriger kunnen meldt vakblad H2O in het artikel 'Evaluatie van bestrijdingsmiddelenmetingen in Nederland'. Onderzoekers keken of sporen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater de giftigheidgrens voor een aantal organismen overschreden. Die grens, of drempelwaarde, is de waarde waarbij je vergiftigingsverschijnselen constateert. In het onderzoek analyseerden de onderzoekers 800.000 metingen waarbij ze keken naar het effect op Daphnia magna, een watervlo.

Er waren een beperkt aantal stoffen die de drempelwaarde overschreden, waaronder een aantal insecticiden zoals organofosfaten, carbamaten en pyrethroiden. Neonicotinoïden kwamen niet als probleemstof uit de analyse. Die stoffen hebben een betrekkelijk lage toxiciteit voor watervlooien en vissen, maar zijn wel zeer giftig voor insecten.

Detectielimiet

De onderzoekers wilden weten of je de de giftige werking van meerdere stoffen tegelijk, de mengeffecten kunt meten, maar dat blijkt lastig. Om die effecten te kunnen meten zou de detectielimiet van stoffen veel lager moeten liggen. De laagst meetbare concentratie is nu nog veel te hoog, stellen de onderzoekers. Met de huidige detectielimieten ben je in feite niet in staat te beoordelen of het milieu beschermd wordt of niet.

(Bron foto: Shutterstock)