Insects hotel, bron: Pixabay

Nieuws

Bijenhotels, planten, hun gasten en de waard(e)

Gepubliceerd op
28 februari 2015

Ben je een goede waard voor je insectengasten dan krijg je daar wat voor terug: bestoven fruitbomen, vlinders in je tuin. In een presentatie met links naar praktische bronnen lees je hier meer over.

De presentatie - Insecten in je achtertuin: een ongeziene rijkdom- trapt af met de grote brandnetel; door veel mensen direct verwijderd, maar voor zo’n 200 soorten insecten –waaronder vele vlinders- een waardplant. Een voor veel insecten aantrekkelijke drachtplant is de vlinderstruik die zowel nectar, stuifmeel als zaad levert. Het verschil tussen een waard- en een drachtplant, wordt uitgelegd in het recent verschenen rapport Bedrijven voor bijen. Waardplanten worden gebruikt voor de voortplanting en groei en drachtplanten produceren voedsel voor bijen en andere bestuivende insecten in de vorm van stuifmeel en nectar.

Grote diversiteit

In genoemde presentatie is te zien hoe 3 tuinen in in de loop der jaren zijn bevolkt door een grote diversiteit aan insecten en hoe je eenvoudig aantrekkelijke biotopen en observatieplekken kunt maken. Een van de conclusies aan het einde van de presentatie luidt dat een gevarieerde beplanting basis is voor diversiteit. Ook worden diverse insectenhotels getoond (en de materialen die je daarvoor nodig hebt) met daarop de gasten die het gebruiken als onderkomen of het gebruiken als voedselbron (zoals vogels). Verder wordt verwezen naar een zeer uitgebreid en rijk geïllustreerd (1750 foto’s) overzicht van gasten; het boek Gasten van bijenhotels van Pieter van Breugel (& EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, met financiering van het Meester Prikkebeenfonds/Prins Bernhard Cultuurfonds).

Nesthulp

Van de hand van dezelfde auteur is ook het artikel Nesthulp voor solitaire bijen en wespen, waarnaar eveneens wordt verwezen in de presentatie. Dit artikel bevat vele foto’s van de meest uiteenlopende nestplaatsen voor bijen en andere insecten. Een nadeel van insectenhotels kan wel zijn, meldt de auteur, dat bij een overweldigend aanbod aan nestmogelijkheden ook het broedsucces groot kan zijn; hierdoor kan een bepaalde soort zich explosief uitbreiden. Van sommige nestplaatsen maken meerdere soorten gebruik, maar het is mogelijk om de biotoop voor een (gewenste) soort net iets aantrekkelijker te maken. Zo zijn bepaalde soorten geheel afhankelijk van vermolmd (rottend) hout.

Dracht-/waardplanten

Verder kan de nabijheid/aanwezigheid van bepaalde dracht-/waardplanten voor sommige insecten extra aantrekkelijk zijn. Zo is op pagina 138 in Gasten van bijenhotels te lezen welke planten geschikt zijn voor bijen. Sommige insecten hebben voorkeur voor heel specifieke planten. Denk aan de grote zijdebij, deze 'leeft in het voorjaar en is gespecialiseerd op wilgenstuifmeel' (pag. 77). Of aan roetbijen. In het boek van Van Breugel is te lezen dat deze soort van juni tot in augustus vrijwel uitsluitend vliegen op gele composieten met lintbloemen, zoals havikskruiden, streepzaden en leeuwentandsoorten. 'Ook cichorei is een goede drachtplant voor ze'. Deze soort heeft overigens een bijzondere wijze van nectar en stuifmeel verzamelen (pag. 71).

Beheerst maaien en (wilgen) snoeien

Het type groenbeheer bepaalt eveneens of een soort zich al dan niet laat zien. In eerder genoemd rapport wordt gesteld dat het aannemelijk is dat het aanpassen van het maaibeheer een positief effect kan hebben op de hoeveelheid beschikbare bloemen voor bestuivers. In het rapport wordt verslag gedaan van onderzoek in (stads)tuinen en op een leidingtracé van Gasunie. Ook in de presentatie en het boek van Van Breugel worden diverse beheeradviezen gegeven. Zo is het advies (pag. 135) om jaarlijks niet steeds alle wilgen tegelijk te knotten opdat er elk jaar voedselrijke wilgenkatjes beschikbaar zijn voor bijen.

Nestplaatsbeheer

Ten aanzien van de nestkastjes tenslotte, zijn ook vele adviezen te geven. Van Breugel schrijft dat de nestplaats een flink deel van de dag door de zon beschenen moet worden. Veel soorten geven de voorkeur aan ongebruikte nesten dus na verloop van tijd zoeken ze nieuwe plekken. Je kunt regelmatig nieuwe nestplekken aanbieden en oude op den duur in de schaduw plaatsen totdat nog resterende insecten het nest hebben verlaten. Er zijn echter ook insecten die een aantal jaar terugkeren naar de oude plek. Lees er alles over in genoemd artikel over nesthulp.

Meer informatie over bijen is ook te vinden in de Groen Kennisnet-dossiers Bijensterfte en Bijen.


(Bron foto: Pixabay)