Japanse haver, foto: PPO

Nieuws

Bijna vergeten haver heeft veel mogelijkheden

Gepubliceerd op
11 maart 2015

Evene, vroeger geteeld op arme zandgronden, blijkt een waardevol gewas in de 21e eeuw te zijn. Het remt het wortellesieaaltje en is een belangrijk voedergewas en groenbemester waar vogels dol op zijn.

Evene

Tot vroeg in de 20ste eeuw werd op arme zandgronden zoals in Noord-Brabant en Gelderland een aparte haversoort geteeld. Deze soort, Avena strigosa werd evene, zandhaver of evie genoemd en werd vooral als veevoer gebruikt. De opbrengst was niet hoog, maar deze soort deed het tenminste op deze grond. Dit gold ook voor marginale gronden in o.a. Schotland en Duitsland, waar het gewas resp. Black Oat en Sandhafer genoemd wordt.

Eind 20e eeuw werd evene herontdekt door een seedsaver, en geteeld. Het zaad werd verspreid aan liefhebbers, en momenteel wordt in Nederland in verschillende regio’s weer evene geteeld vanuit historisch en ecologisch oogpunt.

Wortellesieaaltje

Begin 21e eeuw vonden wetenschappers in een Japans artikel dat A. strigosa resistentie had voor het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans. Dit aaltje is een groot probleem in de teelt van peen, aardappelen, lelies en narcis doordat het de groei en de kwaliteit van het gewas vermindert. Tot dan toe was alleen van een soort afrikaantje bekend dat het dit aaltje kon verminderen.

Deze A. strigosa werd door een kweker uit Japan gehaald en hij ontwikkelde hiermee een groenbemester, wat het wortellesie aaltje, hoewel niet zo effectief als het afrikaantje, in de bollenteelt kon verminderen. Het eerste ras, Pratex werd geregistreerd in 2010; het gewas werd Japanse haver genoemd. Niet alle soorten aaltjes worden door dit gewas verminderd; het maïswortelknobbelaaltje vermeerdert juist op de wortels.

Groenbemester en aantrekkelijk voor vogels.

Op de Nederlandse rassenlijst staan momenteel twee rassen A. strigosa met gewasbenaming Evene: Exito en Silke. Er zijn meer rassen aangemeld, en zowel het materiaal uit Japan als materiaal uit andere werelddelen zijn hiervoor gebruikt. Op veel akkers in Nederland wordt nu Evene/Japanse haver als groenbemester ingezaaid. Het blijkt dat het een ook aantrekkelijk gewas is voor vogels zoals geelgorzen, vinken, groenlingen en ringmussen, vooral als het zaad kan zetten.

Zuid-Amerika

In Zuid-Amerika is A. strigosa een belangrijk voedergewas in gebieden met een gematigd klimaat, omdat het een snelgroeiend gewas is en in verschillende omgevingen goed gedijt. Deze ‘Aveia Preta’ heeft een goede voedingswaarde en een hoog eiwit gehalte. In Brazilië wordt het op 3 miljoen ha verbouwd en er zijn verschillende rassen ontwikkeld.

Avena strigosa

Deze soort komt oorspronkelijk uit Spanje en Portugal. Het is een diploïde soort (2 sets chromosomen), i.t.t. tot gewone haver Avena sativa wat een hexaploïd (6 sets chromosomen) is. Waarschijnlijk is A. strigosa in het verleden als akkeronkruid met gewone haver meegekomen naar andere delen van Europa. Vanaf de 14e eeuw werd het in Nederland als zelfstandig gewas verbouwd. De planten hebben een goed ontwikkeld wortelstelsel en een snelle groei wat onkruid onderdrukt. Er zijn meldingen dat het goed op afvalwater groeit, tolerant is voor aluminium, en dat het cadmium uit vervuilde grond zou kunnen wegnemen.


(Bron foto: PPO Wageningen UR)