appelschurft, foto: wur.nl

Nieuws

Biologische bestrijding appelschurft

Gepubliceerd op
17 februari 2015

Een natuurlijke schimmel met de codenaam 'H39' zou wel eens het lang gezochte biologische antwoord kunnen worden op de gevreesde ziekte appelschurft.

Deze schimmel is niet alleen getest op zijn vermogen om de ziekteverwekker te bestrijden. Via de nieuwe methode Select BioControl is ook meteen gekeken naar de praktische haalbaarheid om deze schimmel in te zetten als commercieel product’, zegt onderzoeker dr. Jürgen Köhl van Wageningen University & Research centre.

Antagonist

Appelschurft wordt veroorzaakt door de schimmel Venturia inaequalis. Het is wereldwijd de belangrijkste ziekteverwekker in de appelteelt, in termen van economische schade. Tot nu toe kan de schimmel alleen worden bestreden met synthetische middelen, waartegen vaak resistentie ontstaat. ‘In onze zoektocht naar een biologisch alternatief hebben we gekeken naar de verschillende schimmels die van nature op de schurftplekken voorkomen’, vertelt Köhl. ‘Welke van die schimmels zou als zogenoemde antagonist de Venturia kunnen bestrijden? Daaruit kwam onder andere de schimmel Cladosporium cladosporioides ‘H39’ naar voren.’

Veldproeven

Vervolgens is in verschillende Europese veldproeven aangetoond dat deze schimmel inderdaad in staat is om de vorming van schurft op bladeren en vruchten, zowel in biologische als in commerciële teeltsystemen, te voorkomen. ‘Daarnaast hebben we gekeken of de antagonist resistent is tegen lage temperaturen en droogte. Ook is gekeken of de schimmel in commerciële hoeveelheden is te produceren. Voor ál die toetsen is ‘H39’ geslaagd. Nu is een producent van biologische gewasbeschermingsmiddelen dan ook aan het kijken of ze dit biologische middel op de markt kunnen brengen.’

Samenwerking

Deze benadering van potentieel interessante biologische gewasbeschermingsmiddelen via het stappenplan van Select BioControl is volgens Köhl duidelijk anders dan de gangbare praktijk rond de ontwikkeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen. ‘Tot nu toe lag onze focus te eenzijdig op de werkzaamheid van een antagonist. Maar voor de commercialisatie van een biologisch gewasbeschermingsproduct zijn ook andere criteria van belang, zoals de kosteneffectiviteit en de mogelijkheden voor de bescherming van het intellectueel eigendom. Door nu in een vroeg stadium samen te werken met het bedrijfsleven, en al die andere aspecten van haalbaarheid in de toetsen te betrekken, is de kans veel groter dat onderzoek ook daadwerkelijk leidt tot een succesvol biologische gewasbeschermingsmiddel.’

Met het succes van ‘H39’ in de hand, benadrukt Köhl dat de aanpak via Select BioControl ook voor andere potentieel interessante biologische  gewasbeschermingsmiddelen geschikt is. ‘Uit het EU-project BIOCOMES is een andere interessante schimmelcollectie met potentiele antagonisten gekomen, tegen echte meeldauw in graan. Ook dat middel zullen we via deze aanpak op effectiviteit en haalbaarheid verder ontwikkelen.’

(Bron: Wageningen UR)