water, foto: Pixabay

Nieuws

Bredere kijk op dierenwelzijn nodig

Gepubliceerd op
22 november 2011

Wetenschappelijk onderzoek en dierethiek filosofie op het gebied van dierwelzijn zou zich moeten verbreden. Canadese welzijnsonderzoekers onderbouwen dit in een artikel in het tijdschrift Animal Welfare.

Invloed menselijk handelen op dieren

Fraser en MacRae, Canadese wetenschappers op het gebied van dierenwelzijn, verdelen het menselijk handelen dat invloed op dieren heeft in vier categorieën: (1) het houden van dieren; (2) het veroorzaken van opzettelijk leed (m.n. doden ten behoeve van voedselconsumptie van de mens) aan dieren; (3) het veroorzaken van direct maar onopzettelijke leed aan dieren; en (4) het veroorzaken van indirect leed aan dieren ten gevolge van het verstoren van het ecosysteem en natuurlijke processen.

Betere zorg en minder pijnlijke dood

Categorie 1 en 2 krijgen sinds de vorige eeuw nadrukkelijk de aandacht van de dierethiek filosofie en wetenschappelijk onderzoek. Vaak worden hierbij deze categorieën als één categorie gezien: het gebruik van dieren. Het als twee aparte categorieën beschouwen kan nuttig zijn bij het vinden van praktische toepassingen om dierenwelzijn te verbeteren. Voor categorie 1 zou de algemene strategie kunnen zijn om te kijken naar een verbeterd zorgen voor het dier: dit is positief voor zowel het dier als de eigenaar. Categorie 2 vraagt om het zoeken naar toepassingen die het opzettelijk leed (doden) mogelijk maken zonder onopzettelijke leed (lijden) daarbij.

Onopzettelijke effecten op dierenwelzijn

Categorie 3 en 4 daarentegen hebben tot op heden veel minder aandacht gekregen. Terwijl onopzettelijke effecten van activiteiten zeker ook grote invloed hebben op het dierenwelzijn. Denk hierbij aan agrarische activiteiten zoals oogsten en grondbewerking waarbij dieren sterven, aanrijden van dieren in het verkeer, lozen van olie door schepen, ramen waar vogels tegenaan vliegen en verlichten van torens en hoge gebouwen waardoor dieren gedesoriënteerd raken tijdens trekvluchten (categorie 3); en het verstoren van het ecosysteem als gevolg van het introduceren van exoten, vervuiling van het milieu door lozing van chemische stoffen, verspreiden van besmettelijke dierziekten door de mens, etc. (categorie 4).
Volgens Fraser en MacRae is het vanuit historisch perspectief gezien logisch dat nu ook deze categorieën aandacht krijgen van filosofen en onderzoekers op het gebied van dierenwelzijn om ook de effecten van de activiteiten in deze categorieën op dierenwelzijn te verminderen.


(Bron foto: xx)