Blogpost

Een omslag in denken over voedselvoorziening

Gepubliceerd op
3 juli 2015

2050: de wereldbevolking is gegroeid naar 9 miljard mensen en gelukkig zijn veel mensen in de wereld er welvarender op geworden. Doordat mensen meer vlees eten, hebben we ook meer landbouwproducten nodig om die dieren te voeden. Kunnen we dat straks allemaal wel produceren?

Zullen genetisch gemodificeerde gewassen dat kunnen opvangen? Of zal de ontwikkeling van kweekvlees de oplossing brengen? Of moeten we gewoon maar allemaal vegetariër worden? De productie van vlees kost immers heel veel voedsel. Maar bij de bereiding van plantaardige producten gebruiken we veel water en energie voor de isolatie van ingrediënten uit de oorspronkelijke grondstoffen.

Dat de voedingsindustrie bij voorkeur werkt met zuivere producten - bijvoorbeeld zetmeel en suiker - heeft tot gevolg dat maar een deel van planten wordt benut en waardevolle grondstoffen worden weggegooid. Onze huidige voedselvoorziening is daardoor zeer inefficiënt. We kunnen eigenlijk gemakkelijk aan de toekomstige vraag voldoen door efficiënter te worden en alles beter te benutten.

Ontwikkelingen in de levensmiddelenindustrie laten zien welke kansen er liggen. Een voorbeeld is de aardappelverwerkende industrie. In de vorige eeuw maakte een bedrijf als AVEBE zetmeel van aardappelen. Al het andere van de aardappel - de eiwitten, vezels en mineralen - werd allemaal geloosd op de sloten en kanalen. Maar dat leidde tot grote milieuproblemen: schuim op de sloten en overal dode vissen die verstikt werden. Om dat laatste probleem op te lossen, ging het bedrijf over op de zuivering van dat afvalwater door microbiële vergisting. Dat loste het milieuprobleem op, maar andere ingrediënten dan zetmeel gingen definitief verloren.

In een volgende fase werd onderkend dat er uit aardappelen meer te halen is dan alleen dat zetmeel. In het afval zaten bijvoorbeeld mooie eiwitten die gezond zijn en waarmee je heel waardevolle producten kunt maken. Daarom haalt men nu allerhande ingrediënten uit die stroom. Ze komen niet in het milieu, ze hoeven niet te worden vergist en ze kunnen in gezonde en smaakvolle levensmiddelen door mensen worden gegeten. Een afvalstroom wordt zo een waardevolle stroom en het besef breekt door dat we complete aardappel kunnen gebruiken.

Naast de aardappelverwerkende industrie kunnen we ook de zuivelindustrie als voorbeeld nemen. Die heeft deze stap zelfs al eerder gemaakt. Vroeger was wei een afvalstroom van de kaasproductie die ook op het oppervlaktewater werd geloosd, met vergelijkbare problemen. Tegenwoordig is wei een buitengewoon waardevolle grondstof voor een enorm scala aan waardevolle, gezonde en smaakvolle ingrediënten.

Technologie maakt deze ontwikkeling mogelijk en biedt dus oplossingen voor voedselschaarste. Als we bij alle productie van levensmiddelen ervoor zouden zorgen dat we het hele levensmiddel of zelfs de hele plant (bijvoorbeeld ook het loof van de aardappel of de suikerbiet) gebruiken, zouden we heel wat meer voedsel kunnen maken, terwijl we tegelijkertijd een milieuprobleem verkleinen.

Het is wel zo dat de technologie die op dit moment wordt gebruikt, nog heel wat water en energie kost. Het is aan ons wetenschappers om te onderzoeken hoe dit met minder of zelfs zonder energie en chemicaliën kan. Dat kan door hele nieuwe methoden te gebruiken, bijvoorbeeld het isoleren van ingrediënten zonder gebruik te maken van water. Die ingrediënten zijn dan wel minder zuiver, minder geraffineerd, maar ze blijven ook verser. En juist omdat ze minder geraffineerd zijn, bevatten ze nog meer vezel, mineralen en andere belangrijke voedingsstoffen en zullen ze daarom ook kunnen bijdragen aan een gezonder dieet.

Deze benadering betekent een omslag in denken die ook in het curriculum van het groene onderwijs kan doorwerken. Het gaat daarbij om het besef dat we producten niet alleen kunnen maken van geraffineerde, zuivere componenten maar ook van minder geraffineerde ingrediënten die we op een heel gemakkelijke manier kunnen halen uit planten.

De meeste levensmiddelen bevatten een scala aan ingrediënten. Waarom dan eerst zuivere ingrediënten maken? Je kunt net zo goed minder zuivere ingrediënten maken en ze dan net wat anders mengen. Door te denken over wat we willen bereiken in een eindproduct en dan pas te kijken naar wat we moeten doen om dat te bereiken, is een omslag van denken die ons in staat stelt om gemakkelijk de toekomstige behoefte aan voedsel te kunnen produceren. Tegelijkertijd kunnen we ons voedsel er gezonder mee maken.

Foto: Kosterman