Zaailingen, foto Shutterstock

Nieuws

Expertcommissie gaat beslissen over toelating gg-gewassen

Gepubliceerd op
10 november 2016

De teelt van genetische gemodificeerde gewassen roept veel discussie op. Omdat EU-landen zelf mogen beslissen of zij de teelt van die gewassen op hun grondgebied toelaten, is zorgvuldige afweging van argumenten nodig. Staatssecretaris Martijn van Dam wil een expertcommissie instellen voor beslissing over toelating.

Binnen de Europese Unie was teelt van genetisch gemodificeerde gewassen (gg-gewassen) niet toegelaten, maar in april 2015 besloot de EU met wijziging van de Richtlijn 2001/18 van de Europese Unie (EU) dat landen zelf mogen beslissen over de toelating van gg-teelt op hun grondgebied. Wel blijft de EU toetsen of de veiligheid voor mens, dier en milieu centraal staat. De Tweede Kamer heeft de intentie uitgesproken dat de teelt van gg-geassen mogelijk is mits het veilig is voor mens, dier en milieu.

Afweging

Bij de beslissing over de toelating moet je de verschillende argumenten zorgvuldig afwegen. Maar hoe doe je dat? Welke criteria hanteer je? En hoe hou je rekening met de maatschappelijke bezwaren? Het Rathenau-instituut verkende wat de standpunten bij betrokkenen in de samenleving zijn: bij experts, bij vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en bij maatschappelijke organisaties. En die standpunten lopen sterk uiteen, zo blijkt uit het rapport 'Afwegingskader nationale teeltbevoegdheid gg-gewassen'.

Voorstanders wijzen vooral op de voordelen van nieuwe gg-rassen. De rassen kunnen een bijdrage leveren aan een meer duurzame landbouw. Tegenstanders wijzen daarentegen op de risico's, bijvoorbeeld de kans dat kennis bij slechts enkele commerciële spelers blijft liggen.

Duurzame teelt

De voorstanders, vertegenwoordigers van reguliere landbouw en van de briotechnologische sector, zijn er van overtuigd dat gg-gewassen nuttige eigenschappen kunnen hebben waarmee je plantenziekten en klimaatverandering het hoofd kunt bieden. Met genetische modificatie kun je sneller nieuwe planteigenschappen inbrengen dan met de reguliere veredeling. De gewassen kunnen zo bijdragen aan duurzame teelt en voedselzekerheid.

De tegenstanders maken zich zorgen over de exportpositie van de biologische en reguliere landbouw. Zij zien gg-teelt als een bedreiging. Daarbij spelen de negatieve ervaringen van de teelt van transgene herbicide-resistente gewassen buiten Europa een rol, zoals soja en maïs met glyfosaatresistentie. Die teelt heeft geleid tot een toename van gebruik van dit onkruidbestrijdingsmiddel, tot schaalvergroting en tot afhankelijkheid van telers van enkele grote zaadbedrijven.

Expertcommissie

De standpunten lopen dus sterk uiteen. Zowel voorstanders als tegenstanders zien dat je de verschillen niet zomaar tegen elkaar kan wegstrepen. De beslissing over toelating is een zorgvuldige politieke afweging. Wil je het goed doen, dan zul je belanghebbenden en experts erbij moeten betrekken. Daarom wil Staatssecretaris Martijn van Dam een expertcommissie instellen voor de toelating van de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Die expertcommissie zal met verschillende criteria rekening moeten houden.

Het rapport van het Rathenau-instituut heeft een aantal van die criteria uitgewerkt, zoals duurzaamheid. Een belangrijke afweging is, of gg-gewassen kunnen bijdragen aan vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Wat zijn de effecten op biodiversiteit of gebruik van meststoffen? Past het binnen een agro-ecologische praktijk? Wat zijn de effecten op de bodem? Daarnaast zijn de sociaal-economische positie van telers, de exportpositie van de Nederlandse landbouw en maatschappelijke onrust belangrijke aspecten die de commissie in de overwegingen mee moet nemen..

Staatssecretaris Van Dam stelde de Tweede Kamer op 14 oktober via een kamerbrief op de hoogte van zijn voornemen een expertcommissie in te stellen.

(Bron foto: Shutterstock)