Snoep, foto: Pixabay

Nieuws

Feiten en fabels over E-nummers

Gepubliceerd op
28 februari 2014

E-nummers hebben bij veel consumenten een slechte naam. Toevoegingen aan voedsel, zoals kleurstoffen, krijgen echter pas een E-nummer als ze veilig zijn bij normale inname, legt het Voedingscentrum uit in een nieuwe factsheet.

Additieven - toevoegingen aan een voedingsmiddel - hebben verschillende functies, zoals het verbeteren van smaak, houdbaarheid of uiterlijk van een product. Deze additieven worden toegelaten als ze voldoen aan de veiligheidseisen van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), ze krijgen dan een E-nummer. Veel consumenten maken zich echter zorgen over deze E-nummers en schrijven er mogelijke gezondheidsrisico’s aan toe.

Beeldvorming

Het Voedingscentrum legt daarom in de factsheet E-nummers uit hoe een additief wordt toegelaten. Ook worden de meest controversiële E-nummers besproken, zoals glutamaat, aspartaam en cyclamaat. Hiermee hoopt het Voedingscentrum onjuiste beeldvorming bij consumenten weg te nemen.

Veiligheid meten

De veiligheid van additieven wordt beoordeeld door de EFSA (European Food Safety Authority) door het bepalen van een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). Dit is de hoeveelheid van een stof die levenslang dagelijks ingenomen kan worden zonder risico voor de gezondheid. In de factsheet wordt uitgelegd hoe deze ADI bepaald wordt, meestal op basis van dierproeven. Als ook aan aanvullende voorwaarden is voldaan, krijgt een additief E-nummer.

Controverse

De factsheet behandelt een aantal E-nummers waarover veel discussie bestaat. Een bekend voorbeeld is een mogelijk verband tussen hyperactiviteit (en ADHD) en het gebruik van additieven, zoals zoetstoffen. EFSA en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) concluderen dat er (nog) onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om een relatie tussen additieven en ADHD aan te tonen. Het Voedingscentrum volgt dit advies. Haar conclusie luidt: ‘Additieven met een E-nummer zijn veilig voor het merendeel van de mensen. Maar er zijn twee uitzonderingen: mensen met een sulfietovergevoeligheid en mensen met de erfelijke stofwisselingsziekte PKU.'

‘Angst voor E-nummers’

Alleen het vergroten van kennis over E-nummers bij consumenten zal de scepsis niet wegnemen, volgens deskundigen in Resource (‘De angst voor het E-nummer’, 13 februari 2014). De discussie aangaan is de enige manier om uit de ‘vertrouwenscrisis’ te komen, aldus hoogleraar Levensmiddelentechnologie Tiny van Boekel. Ook moeten bedrijven uitleggen waarom ze additieven gebruiken, vindt hij: ‘Wees trots, hulpstoffen brengen de kwaliteit van het voedsel omhoog. Bovendien gebruiken we ze ook zelf in de keuken, alleen zitten ze dan in citroensap of melk.’


(Bron foto: Pixabay)