Soja, bron Pixabay

Nieuws

Geen gg-soja, kan dat?

Gepubliceerd op
4 januari 2016

Zou Nederland het gebruik van genetische gemodificeerde soja beperken, dan zou dat de Nederlandse veehouder 60 tot 100 miljoen euro kosten. De consequenties zijn groot.

De Europese Unie wil het gebruik van genetische gemodificeerde (gg) soja beperken. In oktober 2015 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd die landen de mogelijkheid geeft het gebruik van gg-producten te beperken of te verbieden. Duitsland, Frankrijk, Polen en Hongarije zijn landen die gekozen hebben voor een verbod. Nederland nog niet. De Nederlandse overheid wil weten wat de impact van zo’n beperking kan zijn. Het LEI, onderdeel van Wageningen UR, heeft daarom een quick scan uitgevoerd. Uit het rapport ‘Effecten van een verbod op het gebruik van genetisch gemodificeerde soja als veevoedergrondstof’ blijkt dat zo’n verbod de Nederlandse veehouderij 60 tot 100 miljoen euro zou kosten. Daarnaast zijn er consequenties voor de Nederlandse havens en de daaraan gekoppelde transportsector.

Eiwitbron

Soja is een belangrijke eiwitbron voor de veehouderij. Dieren hebben die eiwitten nodig, en er is in Europa maar beperkt ruimte om soja te vervangen door niet gemodificeerde soja of andere eiwitbronnen. Voor vervanging van de 1557 duizend ton gg-sojameel zou 2.985 duizend ton raapzaadschroot nodig zijn, zo berekende het LEI, omdat het eiwitgehalte lager is dan van soja. Van andere vervangende eiwitbronnen is nog meer nodig: 4.268 duizend ton zonnebloemenschroot, 15.878 duizend ton gerst of 17.259 duizend ton tarwe. Voor de vervanging zijn daarom aanzienlijke extra teeltoppervlakten nodig.

Niet genetisch gemodificeerde soja is maar beperkt beschikbaar. In Argentinië en Uruguay is 100 % van de soja gemodificeerd, in de VS 94 % en in Brazilië 93 %. In Europa wordt soja op enige schaal in Oekraïne geteeld, daar is 40 % van de soja gemodificeerd.

Kosten

Een verbod op gg-soja zal extra kosten met zich meebrengen die aan de veehouders en veevoedersector worden doorberekend. Voor een termijn van 3 tot 5 jaar berekent het LEI  extra kosten van € 60 tot € 100 miljoen per jaar, waarvan circa 80% voor de pluimveehouderij zou zijn, ongeveer 18% voor de varkenshouderij en ongeveer 2% voor de melkveehouderij. Die verschillen hebben te maken met de mogelijkheden om vervangende grondstoffen in te zetten.

Naar aanleiding van deze quick scan heeft Staatssecretaris Van Dam (EZ) op 16 december een kamerbrief gestuurd. Hij zal de ontwikkelingen in de EU afwachten.


(Bron foto: Pixabay)