Svalbard, bron: Global crop diversity trust

Nieuws

Hoe staat het met de zadenkluis op Spitsbergen?

Gepubliceerd op
6 mei 2014

In 2008 werd de ‘Global Seed Vault’ op Spitsbergen (Svalbard) geopend. Sindsdien zijn in deze zadenkluis vele zaden opgeslagen. Hoeveel monsters zijn er nu opgeslagen en van welke gewassen? En zijn alle collecties nu veilig?

De ‘Global Seed Vault’ is een kluis onder de grond, en omdat het op Spitsbergen ligt, een ideale plek om zaden op te slaan. Ook al zou de elektriciteit uitvallen, de permafrost zorgt ervoor dat de zaden onder het vriespunt blijven. Zaden van veel gewassen behouden, mits goed gedroogd en zeer koud bewaard, heel lang hun kiemkracht. In een artikel uit 2013 geven auteurs van de Scandinavische Genenbank, de Global Crop Diversity Trust en de universiteit van Oslo een overzicht van de stand van zaken.

Waarom de zadenkluis?

Deze opslag is tot stand gekomen omdat internationale Plant Genetische Bronnen organisaties zich al lang zorgen maakten over de kwetsbaarheid van zadencollecties over de hele wereld. Hierbij kun je denken aan natuurgeweld, gebrek aan financiering of oorlog. Collectiehouders kunnen zaadmonsters uit hun collectie naar Spitsbergen sturen als veiligheids monsters. Mocht er om wat voor reden dan ook materiaal uit hun collectie verloren zijn gegaan, dan is een duplicaat van dit materiaal nog veilig bewaard op Spitsbergen. De Seed Vault wordt gefinancierd door Noorwegen en de Global Crop Diversity Trust.

Wat zijn de voorwaarden?

Genenbanken kunnen monsters uit hun collecties hier voor ‘altijd’ laten opslaan, en zonder kosten. De genenbank houdt zeggenschap over ‘hun’ zaad. De zaden moeten wel goed gedroogd en luchtdicht verpakt in aluminium zakjes gestuurd worden, om hun kiemkracht te laten behouden. Daarnaast moet het materiaal betreffen die onder een internationale overeenkomst (ITPGRFA) valt en daardoor vrijelijk beschikbaar is voor onderzoek en veredeling.

Wat is opgeslagen?

In 2013, 5 jaar na de opening, lagen er 774.601 monsters van 53 genenbanken opgeslagen, en dit aantal is groeiende. In mei 2014 was dit getal gestegen tot 824.625 monsters van 60 genenbanken. Alleen gewassen met zaden die gedroogd en gevroren kiemkrachtig blijven (zogeheten orthodoxe zaden) kunnen in de zadenkluis opgeslagen worden. Van de 156 opgeslagen gewassen leveren graansoorten en peulvruchten het grootste aandeel. Dit zijn ook wereldwijd de grootste collecties in genenbanken. Sommige andere gewassen waarvan grote collecties bestaan, zoals Brassica (kool, koolzaad), zijn ondervertegenwoordigd, omdat een aantal grote Brassica collectiehouders (nog) geen materiaal gestuurd hebben.

De grootste leveranciers zijn internationale onderzoeks instituten (CGIAR instituten), zoals bijvoorbeeld ICARDA in Aleppo, Syrië en het rijst onderzoekinstituut IRRI in de Filippijnen. De onderzoekers schatten dat op dit moment 30% van het unieke materiaal wereldwijd in Spitsbergen opgeslagen ligt.

Niet alleen grote instituten sturen zaad, ook Seed Savers Exchange heeft 2408 monsters uit de collectie in Spitsbergen laten opslaan. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) heeft 18.642 monsters gestuurd.

Belang

Het belang van de zadenkluis is recent zeer duidelijk geworden. Begin dit jaar heeft het internationale onderzoeksinstituut ICARDA in Syrië nog aanvullende monsters naar Spitsbergen gestuurd, zodat deze veilig zijn gezien de huidige situatie.

Daarnaast laten collectiehouders en landen, door het sturen van zaad naar de Seed Vault, zien dat ze internationale samenwerking op het gebied van conservering van gewasdiversiteit belangrijk vinden. Ook heeft de opening van de Seed Vault veel publiciteit gegenereerd, waardoor het belang van de bewaring van gewasdiversiteit ook bij het grotere publiek bekend is geworden.


(Bron foto: Global crop diversity trust)