Bomen planten, foto: Thinkstock

Nieuws

Integrale beplantingsmethode biedt voordelen

Gepubliceerd op
5 november 2013

Grotere bomen en struiken direct op de afstand van het eindbeeld planten, blijkt uiteindelijk goedkoper en duurzamer dan de traditionele blijver-wijker methode.

Sabine Snibbe, afgestudeerd bestuurkundige aan de Radbouduniversieit in Nijmegen, deed voor Rijkswaterstaat onderzoek naar de voor- en nadelen van de integrale beplantingsmethode volgens de methode Ruyten (IB-R). Bij die methode worden grotere bomen en struiken direct op de afstand van het eindbeeld geplant. De aanschaf- en aanplantkosten zijn twee keer hoger dan de traditionele methode, maar het onderhoud is uiteindelijk 75% goedkoper.

CO2-uitstoot

De traditionele blijver-wijkermethode vraagt gedurende langere tijd veel onderhoud. Onder andere de begeleidingssnoei van de blijvende bomen is specialistisch werk dat tegenwoordig niet alle aannemers in huis hebben. Ook vraagt deze methode gedurende enkele jaren veel af en aan rijden naar de locatie, en dus voor veel CO2-uitstoot en verkeershinder. Uiteindelijk wordt een groot deel van het aangeplante materiaal ook nog verwijderd. Een kostbare en weinig duurzame methode.

Begeleiding

Voorwaarden voor een welslagen van IB-R-methode is dat autochtone bomen van A-kwaliteit worden gebruikt, die slaan immers beter aan op de grondsoort. Bovendien stelt de methode hogere eisen aan de standplaatsvoorbereiding en aan afstemming met de kweker/leverancier. Met een goede begeleiding kan de beplanting zich na twee jaar zelf redden. Groot voordeel is dat de beplanting direct na aanplant aan de eisen van onder andere afscherming en beschutting voldoet.


(Bron foto: Thinkstock)