Laagveen, foto Shutterstock

Nieuws

Kennisontsluiting cruciaal voor succes agrarisch natuurbeheer

Gepubliceerd op
13 mei 2017

Voor een effectief agrarisch natuurbeheer is een goede ontsluiting van kennis cruciaal. Die kennis is nodig om het beheer te plannen, uit te voeren en te evalueren. Agrarisch ondernemers hebben behoefte aan kennis die inpasbaar is in de bedrijfsvoering. De groenindex kan hen daarbij helpen.

Weidevogels hebben het lastig in het agrarisch landschap. De optimale omstandigheden voor weidevogels zijn niet dezelfde als die van een optimale bedrijfsvoering, meldt het onderzoeksrapport 'Kennissysteem agrarisch natuurbeheer'. Steeds meer agrarische bedrijven houden zich bezig met agrarisch natuurbeheer waaronder het weidevogelbeheer.

Kennissysteem

De ondernemers passen hun bedrijfsvoering aan door aangepaste maai- of weidetijdstippen, aanleg van plas-draspercelen of nest en legselbescherming. Kennis van anderen is daarbij welkom, maar dan willen ze wel graag kennis waar ze mee aan de slag kunnen. Met die gedachte werkten Wageningse onderzoekers in opdracht van het ministerie van Economische Zaken aan de ontwikkeling van een kennissysteem waar melkveehouders ook wat aan hebben.

Zo is er gewerkt aan Beheer-op-Maat (BoM), een kennissysteem dat met name gericht is op het beheer van het open grasland, het leefgebied voor weidevogels. Dit kennissysteem is ontwikkeld voor planning en evaluatie van het weidevogelbeheer. Om dit systeem meer toepasbaar te maken voor de bedrijfsvoering, hebben onderzoekers gekeken naar indicatoren die je daarbij zou kunnen gebruiken.

Groenindex

De groenindex (Normalized Difference Vegetation Index, NDVI) blijkt een indicator te zijn waar je wat mee kunt, zo is te lezen in het onderzoeksrapport. Satellieten leggen meerdere keren per seizoen vast hoe groen een perceel is. Het zegt iets over de biomassa van een gewas. Door de groenindex van verschillende tijdstippen te vergelijken, kun je inzicht krijgen in de grasdynamiek. Wanneer wordt er gemaaid en geweid. Er blijkt een samenhang te zijn met de groenindex en de beheervorm.

Een andere indicator die onderzocht werd, was het percentage weidevogelbeheer op een bedrijf. Dit percentage zegt iets over het aandeel weidevogelbeheer. Op bedrijven binnen de Noord-Hollandse polder Ronde Hoep, lag dit aandeel tussen 0 en 100%. Het gemiddelde ligt tussen 20 en 30%. Met die indicator kun je niet zoveel, blijkt uit het rapport.

Habitatkwaliteit

Met de groenindex kun je wel iets zeggen. Je kunt het gebruiken bij bepaling van de habitatkwaliteit. Die habitatkwaliteit zegt iets over de geschiktheid van het grasland voor de grutto. Hoe hoger de habitatkwaliteit, hoe meer grutto's. Die habitatkwaliteit wordt geschat op basis van verschillende criteria: openheid van het landschap, verstoring veroorzaakt door wegen, gebouwen en begroeiing, intensiteit van het graslandgebruik. De groenindexmeting van maart blijkt voor die habitatkwaliteitbepaling het meest informatief.

BoM heeft een praktische waarde voor open grasland, concluderen de onderzoekers. Een dergelijk systeem zou ook van belang zou kunnen zijn voor andere leefgebiedtypen, als daar voldoende kennis voor beschikbaar is. Voor de verdere ontwikkeling gaan de onderzoekers dit jaar aan de slag met een gebruikersgroep.

(Bron foto: Shutterstock)