bemesten, foto Shutterstock

Nieuws

Landbouwemissies verschillen per provincie

Gepubliceerd op
13 maart 2017

Landelijk is de melkveehouderij de landbouwsector met het grootste aandeel in broeikasgasemissie. Maar per provincie zijn er grote verschillen. Sinds 1990 is de emissie uit de landbouw gedaald met 18%. In sommige provincies is die daling sterker, in andere minder.

De Nederlandse landbouwsector draagt voor ongeveer tien procent bij aan de uitstoot van alle broeikasgassen in Nederland, aldus Rijkswaterstaat. Maar de bijdrage aan die emissie verschilt sterk per sector en per provincie. Onderzoeksbureau CLM heeft voor zes provincies in beeld gebracht wat de broeikasemissies zijn vanuit de landbouw en welke sectoren bijdragen aan die emissie. Zo is in Zuid-Holland de glastuinbouw de sector die het meest bijdraagt aan emissie van broeikasgassen, terwijl dat elders de melkveehouderij is. Flevoland, de provincie met relatief veel akkerbouw, kent een relatief lage emissie vanuit de landbouw.

Emissies

De onderzoekers hebben bij hun analyses gekeken naar directe en indirecte emissie. Directe emissies ontstaan op het bedrijf of op het land. De indirecte emissies ontstaan bij de productie van grondstoffen of producten die in de landbouw gebruikt worden, denk aan veevoer, trekkerbrandstof of kunstmest. De emissies uit de bodem als gevolg van bemesting met dierlijke organische mest, wordt niet toegekend aan de akkerbouw maar aan de veehouderij waar die mest is geproduceerd. Omdat er veel onzeker is over emissies uit de bodem als gevolg van afbraak van organische stof is die niet meegenomen in de analyses.

Het CLM heeft per provincie een rapport uitgebracht. Naast beschrijving van de situatie voor de provincie komen ze in de rapporten ook met aanbevelingen.

Groningen

Ruim 50% van de landbouwgrond in Groningen is in gebruik door de akkerbouw. De provincie heeft landelijk gezien relatief veel akkerbouw en weinig veehouderij. Dat verklaart waarom het Groningse aandeel van de landelijke emissie uit de landbouw relatief laag is (5%) terwijl 9% van de landbouwgrond in Nederland in Groningen ligt. Opvallend is dat de landbouwemissies in Groningen tussen 1990 en 2014 met 5% zijn gestegen, terwijl die emissie landelijk daalde met 18%. Dit is een gevolg van de groei van de veehouderij in Groningen. Ook nam het landbouwareaal in Groningen tussen 1990 en 2014 minder af (-4%) dan het landelijk gemiddelde (-8%)

Fryslân

Fryslân is een echte melkveeprovincie; 83% van het landbouwareaal in de provincie is grasland. Daarnaast is er 9% akkerbouw en 7% maïsland. Het areaal landbouwgrond in de provincie is 226.000 ha, 12% van het totale landbouwareaal in Nederland. De landbouw in Fryslân draagt voor 10% aan de totale landelijke broeikasgasemissies vanuit de landbouw. Tussen 1990 en 2014 zijn die emissies gedaald met 6%, terwijl landelijk een daling van 18% werd gerealiseerd. Dat komt door een geringere afname van het aantal melkkoeien (7%) dan de landelijk daling (18%). Volgens de cijfers van emissieregistratie.nl bedragen de landbouwemissies in Fryslân 41% van alle broeikasgasemissies in de provincie. De landbouw is daarom in Fryslân de belangrijkste bron van emissies.

Drenthe

In Drenthe is een derde van de landbouwgrond in gebruik voor akkerbouw, iets meer dan het landelijk gemiddelde. De helft van het Drentse areaal is grasland en het aandeel van de veehouderij is lager dan landelijk gemiddeld. De emissies vanuit de landbouw zijn daarom relatief laag: 5% van de landelijke landbouwemissies, terwijl 8% van de landbouwgrond in Nederland in Drenthe ligt. De landbouwemissies zijn in tussen 1990 en 2014 met 13% gedaald, dat is minder dan de landelijke daling (18%). Een verklaring is de relatief sterk groei van de pluimveehouderij en kleinere krimp van de varkensstapel.

Gelderland

Ruim 12% van het landbouwareaal in Nederland ligt in Gelderland, daarvan is bijna 70% grasland, 18% maïsland en 9% akkerbouwgrond. Gelderland heeft relatief veel veehouderij. Van alle varkens in Nederland wordt 16% in Gelderland gehouden, van alle runderen (melkvee en vleesvee) 23% en van de leghennen zelfs 28%. Het aandeel in de broeikasgasemissie vanuit de landbouw is in Gelderland daarom relatief hoog: 16% van de landelijke broeikasgasemissies uit de landbouw. De landbouwemissies zijn tussen 1990 en 2014 wel relatief sterk gedaald (24%) door krimp in de veehouderij.

Flevoland

Zeventig procent van de landbouwgrond in Flevoland is in gebruik door de akkerbouw. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde kent Flevoland relatief veel akkerbouw en weinig veehouderij. Door dit grote aandeel akkerbouw is de emissie vanuit de landbouw relatief klein, 2% van de landelijke landbouwemissie, terwijl het areaal 5% van de Nederlandse landbouwgrond is. Maar de emissie stijgt wel als gevolg van de groei van de veehouderij.

Zuid-Holland

Het areaal landbouwgrond in Zuid-Holland is 7% van de Nederlandse landbouwgrond, dit areaal neemt snel af. Sinds 1990 is het areaal met 15% gekrompen terwijl dit landelijk 8% was. Ruim 60% van de landbouwgrond in de provincie is in gebruik door de melkveehouderij. Akkerbouw scoort met een kleine 30% ongeveer gemiddeld. Het areaal glastuinbouw is in Zuid-Holland relatief groot, al beslaat het nog geen 4% van het totale landbouwareaal in de provincie. Het is meer dan de helft van het landelijke totaalareaal.

De emissies vanuit de landbouw in de provincie zijn ruim 11% van de landelijke landbouwemissies. Dat is relatief veel en wordt verklaard door het grote aandeel glastuinbouw in Zuid-Holland. De landbouwemissies zijn in Zuid-Holland tussen 1990 en 2014 met 15% gedaald. Volgens de cijfers van emissieregistratie.nl bedragen de landbouwemissies in Zuid-Holland 11% van alle broeikasgasemissies in de provincie. De chemische en overige industrie is de belangrijkste bron van emissies in Zuid-Holland.

Maatregelen

In elk rapport komen onderzoekers met mogelijke maatregelen en aanbevelingen om de emissie te beperken. Dat kun je doen door energie te besparen, over te stappen op duurzame energiebronnen of de de levensduur van melkvee te verlengen. Akkerbouwers kunnen de emissie beperken door kunstmest te vervangen door dierlijke mest en door over te stappen op gebruik van duurzame energie. Een melkveebedrijf kan op bedrijfsniveau de emissies tot 33% reduceren door via voeraanpassingen een lager ureumgetal te realiseren, slimme kunstmestkeuzes of mest te vergisten.

Ook goed bodembeheer biedt kansen. Door aandacht voor goed bodembeheer en opbouw van organische stof in de bodem kan naar schatting minimaal 5% tot mogelijk 20% van de emissies uit de landbouw worden gecompenseerd.

(Bron foto: Shutterstock)