blikjes foto Thinkstock

Nieuws

Lesmateriaal over zwerfafval onder de loep

Gepubliceerd op
4 april 2017

Zwerfafval is een maatschappelijk probleem. Langs de weg of het fietspad vind je vaak afval als blikjes, flesjes of patatbakjes. Om jongeren bewust te maken van het probleem hebben centra voor natuur- en milieueducatie lesmateriaal ontwikkeld. Met een checklist kun je zien of het materiaal ook effectief is.

Plastic soep is een verzamelnaam voor al het plastic dat in zee drijft. Dat plastic, en met name de micro-plastics, lijkt soms op plankton, voedsel voor vissen. Het plastic kan zo voor problemen in de voedselketen zorgen. Veel kinderen en jongeren hebben wel eens iets gehoord of gelezen over de plastic soep. Zo hebben ze wel gehoord over de initiatieven van Boyan Slat, een jonge uitvinder en milieuactivist die de oceaan wil schoonmaken. Maar dat het zwerfvuil langs de weg een relatie heeft met de plastic soep, realiseren jongeren zich niet zo snel.

Positieve verandering

Om het probleem van zwerfvuil aan te pakken, is het belangrijk dat je werkt aan bewustwording van jongeren. Jongeren zijn immers mede veroorzakers van het zwerfvuil. Je moet daarom zorgen dat je kennis overdraagt, dat je jongeren laat ontdekken hoe lang het duurt dat afval wordt afgebroken bijvoorbeeld. En de verhalen van inspirators als Boyan Slat kunnen in dat educatieve materiaal een belangrijke rol spelen.

Op verzoek van Werkgroep (Zwerf)afval en grondstoffen van het Netwerk NME-Diensten heeft de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research 130 van die lesmaterialen onder de loep genomen. De centra voor natuur- en milieueducatie (NME) willen weten welke lesactiviteit bijdragen aan een positieve verandering in kennis, houding en gedrag ten aanzien van zwerfafval. Het rapport 'Plastic soep op de stoep' verscheen in maart 2017. Al eerder verschenen er verslagen van studenten die deelonderzoeken uitvoerden.

Checklist

In totaal zijn 130 materialen gescreend op verschillende aspecten, zo is te lezen in het rapport. Onderzoekers keken naar verschillende aspecten: Is het materiaal inspirerend? Werkt het aan begripsvorming? Zet het jongeren aan tot onderzoek? Het streven was een top vijf samen te stellen van de meest succesvolle materialen. Dat bleek lastig voor de onderzoekers. Vier materialen bleken de toets op alle criteria te doorstaan.

Voor makers van lesmaterialen is het vooral interessant te kijken waarop de onderzoekers het educatief materiaal beoordeelden. Tijdens het onderzoek is daarom een checklist ontwikkeld de makers van lesmaterialen kunnen gebruiken. Aan de hand van die checklist kun je zien of lesmateriaal echt bijdraagt aan waardeontwikkeling en gedragsverandering.

Monitoringstool

De onderzoekers hebben aanbevelingen opgesteld voor educatief materiaal voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs en voor jongeren in de middelbare schoolleeftijd, van 12 tot 18 jaar. Voor die laatste groep is ook het sociale aspect belangrijk. Voor jongeren hechten veel waarde aan wat hun leeftijdsgenoten doen en vinden. Op dat laatste aspect kun je ook inspelen met interventies. Er is daarom een monitoringstool ontworpen om de effectiviteit van interventies te evalueren.

(Bron foto: Thinkstock)