weidegang, foto Shutterstock

Nieuws

Magere bedrijfsmarges in de vleesveekolom

Gepubliceerd op
24 december 2016

Veel vleesveebedrijven hebben de laatst tien jaar met een negatief saldo te maken door dalende opbrengstprijzen. Het verschil tussen consumenten- en producentenprijs is groot. Toch is er niemand in de rundvleesketen die veel overhoudt. Bij de detailhandel zijn de marges nog het grootst.

De rentabiliteit op vleesveebedrijven is globaal genomen al een tiental jaren negatief, schrijft vakblad VeeteeltVlees in het artikel 'Wie ‘graait’ het geld in de rundvleeskolom?'. Zo meldt Roel Vaes van de Boerenbond dat sinds begin 2016 de prijzen van dikbilstieren met 10 cent per kilo gedaald zijn tot de huidige prijs van gemiddeld 4,83 euro per kilo geslacht gewicht. De prijzen van dikbilkoeien zijn zelfs met 15 cent per kilo gedaald tot gemiddeld 4,91 euro per kilo.

Naast deze prijsdaling zijn de voerkosten licht gestegen. In de discussie over de prijzen wordt vaak gewezen op het grote verschil tussen consumenten- en producentenprijs met de suggestie dat er ergens in de keten geld aan de strijkstok blijft hangen.

Keten

Het Belgische onderzoeksrapport 'Opbrengsten, kosten en marges in de rundvleeskolom' maakte duidelijk dat die mythe niet klopt. De marges in de keten zijn overal laag. In het rapport worden de verschillende schakels in de keten op een rij gezet. De eerste schakel in de keten is de vleesveeproducent. Andere schakels zijn de veehandel, slachtbedrijven, mengvoederindustrie, voedingsindustrie en de detailhandel.

Marges

De onderzoekers baseerden hun rekenwerk aan cijfers op basis van gepubliceerde jaarrekeningen waarin kosten, omzet en opbrengsten zijn opgenomen. De cijfers voor de veehandel waren moeilijk te achterhalen. De weinige cijfers waren niet representatief genoeg, daarom zijn die buiten de analyse gehouden.

Uit analyse van de cijfers blijkt dat de bruto en nettobedrijfsmarges nergens in de keten echt hoog zijn. Het best scoort de detailhandel. In de periode 2008 tot 2014 was dit de meest rendabele schakel met een jaarlijkse gemiddelde bruto- en nettobedrijfsmarge van respectievelijk 5,5 en 3,9 % en scoorde beter dan de voedingsindustrie. De slachthuizen waren op hun beurt weer winstgevender dan de mengvoederindustrie die het slechtste scoorde.

De conclusie is dat er geen grof geld verdiend wordt in de rundvleeskolom. Wel is een betere verdeling van de marge tussen de schakels mogelijk.

(Bron foto: Shutterstock)