bloemen, foto Thinkstock

Nieuws

Minder schadelijke organismen bij importinspecties

Gepubliceerd op
9 mei 2016

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in 2015 bij importinspecties minder schadelijke organismen op planten gevonden dan het jaar ervoor. Toch moeten telers waakzaam blijven, vindt de NVWA. Een uitbraak van een plantenziekte kan grote gevolgen hebben.

Jaarlijks gaan veel planten en plantaardige producten de grens over. De Nederlandse handelsstroom beslaat 2.7 miljoen ton groente en fruit en 7.6 miljard stuks sierteelt. Om te voorkomen dat schadelijke organismen met die planten Nederland binnenkomen en zich verspreiden, houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht op de import van planten en plantaardige producten. Zo worden er in Nederland per jaar circa 350.000 zendingen groenten, fruit, aardappelen, bloemen, planten en zaden aangeboden voor importinspectie. Daarnaast houdt de NVWA ook toezicht op de export om te zorgen dat plantaardige producten vrij zijn van schadelijke organismen.

Quarantaine organismen

In 2015 trof de NVWA bij de importinspecties 311 schadelijke organismen aan. Dat is minder dan ervoor: in 2014 waren dat er 370 en in 2013 438, zo blijkt uit het rapport 'Fytosanitaire signaleringen 2015'. De NVWA let vooral op zogenaamde quarantaine organismen, schadelijke organismen die (nog) niet voorkomen in ons land, maar die zich mogelijk wel kunnen verspreiden met grote gevolgen. De Aziatische boktor is een voorbeeld van zo'n organisme, of het Aardappelspindelknolviroïde.

In het rapport geeft de NVWA per gewas een overzicht van de vondsten in 2015. Zo werden er nieuwe bladrollers gevonden in Dracaena, een fuchsiagalmijt en waren er veel meldingen van Phyllosticta citricarpa, een ziekte in citrus. Dit organisme vormt al jaren een probleem voor import van citrus uit Afrika en Zuid-Amerika. Het goede nieuws is dat de Aziatische boktor niet aangetroffen werd.

Preventie

De NVWA benadrukt het belang van preventie en bestrijding van de zogenoemde quarantaine organismen. Uitbraken van een ziekte of plaag in een teelt kan namelijk grote gevolgen hebben voor andere teelten. Een voorbeeld is het Aardappelspindelknolviroïde (Potato spindle tuber viroid, PSTVd). Dit viroïde veroorzaakt groeimisvorming en misvormde knollen bij diverse gewassen zoals aardappelen, tomaat, paprika, pepino en een aantal kuipplanten. De schadelijkheid van dit organisme is voor elk gewas anders. Zo kan de schade in aardappelknollen enorm zijn, terwijl dahlia's er nauwelijks last van hebben. Zou een dahliakweker geen maatregelen nemen, dan kan dat viroïde een bedreiging vormen voor een naburige aardappelteelt.

Meer informatie over quarantaine organismen vind je in de Beeldenbank gewasbescherming van Groen Kennisnet en in het dossier Quarantaine organismen.

(Bron foto: Thinkstock)