koeien, foto Thinkstock

Nieuws

Mineralentekorten bij melkvee

Gepubliceerd op
13 september 2016

De mineralenvoorziening voor melkvee is soms te krap. Bij veel melkveehouders is vooral de voorziening van koper en selenium krap. Maar ook van andere mineralen zijn er soms tekorten. Een goede mineralenvoorziening begint met analyse van de graskuil.

Onderzoekers van het Louis Bolk Instituut brachten op 20 melkveebedrijven de mineralenvoorziening in het winterrantsoen in beeld. Uit dat onderzoek blijkt dat met name koper en selenium vaak te krap werd gevoerd. Vakblad V-focus bericht over dit onderzoek in het artikel 'Meer aandacht voor mineralenvoorziening'. Het vakblad meldt dat er bij sommige melkveehouders ook een tekort is aan andere mineralen zoals magnesium, jodium, zink en mangaan. Bij droge koeien kwamen vooral de koper- en seleniumvoorziening in het gedrang wanneer er geen specifieke aanvullingen van deze mineralen op het rantsoen waren gemaakt. En bij meer dan de helft van de bedrijven is de kopervoorziening in de rantsoenen onvoldoende.

Spoorelementen

Ook uit eerder onderzoek bleek dat er tekorten aan mineralen kunnen optreden. Zo meldt vakblad Veehouder en Veearts in 2015 dat op meer dan 25 % van de melkveebedrijven sprake is van een verminderde voorziening van een of meerdere spoorelementen. Dat vakblad legt in het artikel 'Meer of minder mineralen voeren' uit dat de mineralenbehoefte van koeien afhangt van de leeftijd van het dier en of het dier droog staat of in lactatie is.

De behoefte aan calcium, magnesium en selenium is het grootst tijdens de lactatie, waarbij het uitmaakt hoeveel melk de koe produceert. Hoe hoger de productie, hoe groter de behoefte. De koperbehoefte is het hoogst tijdens de droogstand, meldt het vakblad. Koeien hebben dan een dubbele hoeveelheid koper per kg droge stof nodig ten opzichte van de lactatieperiode. Ook heeft jongvee per kg droge stof meer koper nodig dan lacterende koeien.

Spoorwijzer

Om de voorziening van mineralen beter op de behoefte van het vee af te stemmen heeft NMI een 'Spoorwijzer' ontwikkeld. Met die spoorwijzer kun je berekenen hoeveel een koe nodig heeft van de elementen zink, selenium, koper en kobalt. Je kunt die berekening maken voor de verschillende diergroepen: melkvee, jongvee, droogstaande dieren, en voor zomer- en winterperiode afzonderlijk.

Wil je meer zicht hebben op de mineralen in het rantsoen, dan is het belangrijk dat je weet hoeveel mineralen er in het voer zitten. Het begint met een analyse van mineralen en sporenelementen in de graskuil, aldus V-focus.

(Bron foto: Thinkstock)