kuilschimmels foto PPO Wageningen UR

Nieuws

Mycotoxinen, een toenemend probleem

Gepubliceerd op
9 februari 2016

Mycotoxinen, gifstoffen geproduceerd door schimmels, zorgen blijvend voor problemen in het veevoer. Vooral zelfverbouwd voer geeft een risico.

De meest bekende toxinen in veevoer zijn DON, T-2/HT-2, ZEA, OTA en de aflatoxinen en fumonisinen, zo is te lezen in het artikel 'Mycotoxines blijvend risico' in vakblad Veehouderij & Veearts. DON, ZEA en OTA zijn afkortingen van de scheikundige namen deoxynivalenol, zearalenone en ochratoxine en zijn belangrijk voor de varkenssector. Aflatoxinen worden gezien als kankerverwekkend.

Drempelwaarde

Voor mycotoxinen is door de Europese commissie een drempelwaarde voor de residuen vastgesteld. Maar langdurige blootstelling aan die mycotoxinen, ook lager dan de drempelwaarde, kunnen problemen opleveren zoals onderdrukking van het afweersysteem of beschadigingen op celniveau.

Mycotoxinen komen in diverse producten voor. DON komt voor in tarwe, tarwestro of tarweproducten. Het zorgt voor buikpijn en kan het afweersysteem aantasten. Varkens zijn er gevoelig voor, kippen wat minder. ZEA, dat veel voorkomt in maïsproducten, geeft een verstoring van de hormoonhuishouding. Geiten en varkens zijn gevoelig. Het kan ontstaan door een besmetting met Fusarium graminearum.

Besmetting

Andere mycotoxinen ontstaan door besmetting met opslag- of kuilschimmels (Aspergillus- en Penicilliumsoorten). Door warmere en nattere zomers lijkt de besmetting met mycotoxinen toe te nemen. Vorig jaar was een slecht jaar voor de oogst, zodat er dit jaar meer dan gemiddeld mycotoxineproblemen zijn, schrijft het vakblad.

De mycotoxinen zijn soms lastig aan te tonen omdat de plant het toxine kan inactiveren. Het wordt gemaskeerd. Nadat het vee het product gegeten heeft, kunnen de toxines weer geactiveerd worden door de darmflora van het vee. Omdat veel veehouders het voer zelf verbouwen is er vaak geen controle op mycotoxinen. Dat zelfverbouwde voer is de belangrijkste besmettingsbron van mycotoxinen, zegt professor Johanna Fink-Gremmels van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.

(Bron foto: PPO Wageningen UR (beeldenbank gewasbescherming))